dinsdag 31 december 2013

Kunst-Politiek


Hugo Claus in 1968 over Kunst en Politiek:

 

 

Men kan slechts universeel zijn als men concreet is. En als men concreet wil zijn kan men niet buiten de politiek, omdat er niets onpolitieks bestaat. Men kan niet zeggen dat men buiten de politiek staat. Wie dat zegt neemt integendeel een duidelijk politiek standpunt in: hij staat rechts, hij staat aan de kant van de macht.

 

 

Het enige raadhuis dat er, op de keper beschouwd, werkelijk toe doet


Afgelopen zaterdag woonde ik een uitvaart bij. In de kerk liet ik mijn blik rondgaan en bemerkte, dat tussen de kruiswegstaties allerlei profeten waren afgebeeld. Ik zat ter hoogte van Habakuk, een van de twaalf  zogeheten ‘kleine profeten’.

Ach ja, die Habakuk met zijn snarenspel, zingende: “Want de steen uit den muur roept, en de balk uit het gebinte antwoordt. Wee dien die de stad met bloed bouwt, en die de stad met onrecht bevestigt!”

Ik liet mijn gedachten rondgaan en die kwam heel logisch aan bij Habakuk II, de dichter H.H. ter Balkt. Hij schreef een gedicht over

 

VERKEERDE RAADHUIZEN

 

Hartelijk lachend zit je

In de verkeerde raadhuizen

En zachtjes huilend zit je

In de verkeerde raadhuizen

 

Verkeerde raadhuizen, zijn

Alleen maar verkeerde raad-

Huizen; ook goede raadhuizen

Zijn de verkeerde raadhuizen

 

Alleen je eigen bleue hals

Draagt het goede raadhuis dat

Misschien het verkeerde maar

Toch het enige raadhuis is

 

zondag 29 december 2013

Laten we het belang van de politiek niet overdrijven


 

“How small of all that human hearts endure
That part which laws or kings can cause or cure.”

 

Dr. Samuel Johnson (1709-1784)

Weg met de one-liners!


 

Bij verkiezingen in Oregon mocht elke kandidaat een politieke slagzin van maximaal 12 woorden indienen die onder zijn naam op het stemformulier zou worden geplaatst. Frank Hatch, een der kandidaten, diende de volgende tekst in “Anyone who thinks in 12-word slogans should not be on this ballot.”

 
Heel juist!

Hear, hear


 

Dat zijn nog eens verkiezingsbeloften: “Voting Tory will cause your wife to have bigger breasts and increase your chances of owning a BMW M3."

Boris Johnson, Brits conservatief kandidaat, parlementsverkiezingen 2005

Kies de neushoorn


In 1959 kandideerde een zekere Cacareco voor de gemeenteraad van São Paulo.

Cacareco was een bijzondere kandidaat: het betrof hier immers een vijf jaar oude neushoorn, woonachtig in de plaatselijke dierentuin. Hoewel haar kandidatuur door de autoriteiten werd verworpen, behaalde Cacareco 100.000 stemmen (15% van het totale aantal uitgebrachte stemmen). Nog altijd heet een proteststem in Brazilië een ‘voto cacareco’. ‘Cacareco’ betekent zoveel als ‘afval’, ‘rotzooi’. De stemmen op de neushoorn werden ongeldig verklaard en een week later moesten de inwoners van São Paulo opnieuw naar de stembus.

 

Trouwens, vier jaar eerder was in Brazilië ook al een dier tot raadslid gekozen, namelijk in de stad Jaboatão. Hier ging het om een geit, genaamd ‘De onwelriekende’.

Ach, dieren met politieke functies, het is al zo oud als de weg naar Rome. Was het niet keizer Caligula die dreigde zijn lievelingspaard Incitatus (‘de snelle’) tot consul te benoemen?

 

vrijdag 27 december 2013

Aanbeveling

Aan solliciteren heb ik altijd een grote hekel gehad. Omdat ik heel bescheiden van aard ben en er niet van houd om hoog op te geven van mezelf. Ik kan zo goed dit, ik blink uit in dat. Bah! Liever laat ik anderen aan het woord. Zoals een Hooggeplaatst Persoon voor Wie ik ooit enige tijd mocht werken. Nou, als Die zegt dat ik deug.... wat zou U dan nog aarzelen?


Zeer geachte heer of mevrouw,

 

Naar verluidt - althans dat is hetgeen ik opvang in de wandelgangen - staat kandidaat De Vries niet per se ongunstig bekend. Hoewel dat natuurlijk nog niet veel zegt, want je zou dezulken de kost moeten geven bij wie je geen kastdeur kunt openen of er tuimelen zeer onfrisse geheimen naar buiten. Ik weet ook niet of zijn blazoen geheel van smetten vrij is. Zo op het oog zou je zeggen: het kan er best mee door. Of hij een goed raadslid zal zijn? Ach, daarop durf ik niet volmondig ‘ja’ te antwoorden. Dat is altijd maar afwachten, is mijn ervaring. Hij zal heus zijn best wel doen, maar ja, of dat genoeg is? Aan de andere kant: kijk eens naar de competitie. Ook niet allemaal geweldige hoogvliegers, dunkt me. Ik ontwaar in Goirle althans geen enkele op machtige vleugelslag hoog in het zwerk rondzwevende adelaar; ik zie vooral luidruchtig rondscharrelende heggenmussen. Gezellig hoor, die mussen met hun vrolijk gekwetter, en op de keper beschouw een stuk prettiger dan zo’n adelaar die de ijle hoogten klieft, door honger gespoord - hangende in de hemelen, zoekende een prooidier- het doel zijner vlucht is altijd vernieling. Ik bedoel maar. Zó beschouwd kan kandidaat De Vries naar verwachting heel wel zijn partijtje meeblazen.

Of hij nog bijzondere kwaliteiten heeft? Ja. Uit betrouwbare bron heb ik vernomen, dat hij niet onverdienstelijk kan psalmzingen met de Genemuider bovenstem, en dat hij veel moeilijke woorden kent. Schijnt een hobby van hem te zijn. Ik hoor hem wel eens over ‘spurieuze correlaties tussen enantiomorfen’ en dat soort onzin. Kan geen kwaad. Gewoon negeren.

Terug naar de zaak. Is hij bekwaam voor de functie? Ik hoop het van harte.

 

Hartelijke groeten aan iedereen in Goirle!

 

Politiek als schouwspel

In september 2013 schreef ik een stukje over een rapport van de Rekenkamer aangaande het gebruik van het raadsinstrumentarium in de gemeente Goirle. De genoemde heer Weterings is sinds november jl. wethouder te Tilburg.

 

De Rekenkamercommissie heeft een onderzoek laten uitvoeren naar ‘het gebruik van het raadsinstrumentarium’, ofwel: welke instrumenten gebruikt de raad van de gemeente Goirle, en welke niet of nauwelijks? Drs. Rodney Weterings heeft het onderzocht, en hij bericht in zijn rapport ‘De raad aan zet’, dat de Goirlese raad verzot is op moties en amendementen. Schriftelijke vragen, interpellaties, raadsenquêtes en dergelijke meer, nee, die lusten onze raadsleden niet zo. Best wel interessant misschien, maar niks om je over op te winden.

 

Het onderzoek van Rodney gaat echter nog verder, véél verder; hij onderzocht en passant ook even de politieke cultuur alhier, en, miljaar!, dat is gans andere kost. Rodney - hij was zes jaar wethouder in Den Bosch en daarna ‘zelfstandig bestuurskundig adviseur op het publieke domein’ - heeft namelijk een uitgesproken mening hoe politiek bedreven moet worden, en het bestuurlijke doen en laten te Goirle wijkt behoorlijk van dat ideaalbeeld af. Hij vindt onze raad te pragmatisch en te weinig politiek: “Het politieke bedrijf bestaat bij de gratie van  het vermogen  politieke tegenstellingen te benoemen en uit te venten.” (pagina 24). Politici moeten “goede conflicten organiseren”, niet in de zin van ruzie, maar van herkenbare meningsverschillen. Rodney schrijft (op pagina 22): “Op het oog lijkt het de raad in Goirle te ontbreken aan herkenbare politieke tegenstellingen.” Politieke partijen in onze gemeente genoeg, maar ze zijn het alle veertien in grote lijnen met elkaar eens. Het politieke klimaat in Goirle is daarom erg tam en ‘te lief’, en dat is volgens Rodney gevaarlijk: “Goirle loopt hierdoor misschien wel het risico dat het politieke bedrijf als een kabbelend beekje of erger: als stilstaand water wordt beleefd. (…) De aantrekkingskracht van een politiek bedrijf zit zeker ook in de aanwezigheid van enige politiek-inhoudelijke spanning en opwinding.”

 

Er is dus in Goirle weinig politiek elan: onze raad is voorzichtig, behoedzaam…ja, zelfs bijkans a-politiek. Erg? Welnee, integendeel: Gode zij dank! De hemel zij geprezen! Een vriendelijk kabbelend beekje, is er iets mooiers? Liever een degelijk, consistent beleid waarin het gezonde verstand de boventoon voert, dan een wild gewemel van meningen die alle kanten opschieten. Liever kalm beraad dan knetterend vuurwerk. Liever de lieflijke Ley dan een dorre wadi of een woeste bergstroom die vervaarlijk grote rotsblokken voortwentelt. Vooruit, laat het maar gezegd worden: liever braaf, voorspelbaar en een beetje saai, dan raadsvergaderingen als de lange stoet van het circus Jeroen Bosch (Machteld loopt gearmd met een kater voorop, daarachter vier konijnen met een trechter op hun kop, en dan de grote snoeshaan, die legt een glazen ei, wanneer je het schudt dan sneeuwt het op de Egmondse abdij).

 

Tijdens zijn presentatie benadrukte de heer Weterings één- en andermaal, dat politiek (mede) een schouwspel is. Het moet leuk zijn om naar te kijken en te luisteren: debatten die je naar het puntje van je stoel doen schuiven; eloquente betogen die je van pure bewondering naar adem doen happen; briljante invallen die de toehoorders onmiddellijk in hun tot dat doel gereed gehouden opschrijfboekje noteren; met magistrale citaten doorspekte uitboezemingen; onversneden humor om te lachen; en dat alles met functionele, ondersteunende mimiek en gesticulatie, kortom THEATER (met hoofdletters).

Hahaha, die Rodney en zijn publieke domheid. Die bepleit een politiek bedrijf dat sexy is, en spannend, en prikkelend. Hahaha, in Goirle! Waar al sinds 1974 of daaromtrent de raadsvergaderingen integraal via de LOG worden vertoond, in alle huiskamers, onder het motto: ‘the cure for insomnia’, een film die eindeloos lang duurt, zonder plot.

 

Waar ik bang voor ben, is, dat sommige Goirlese raadsleden na het lezen van het rapport zullen denken: ja, het moet echt anders. Dat ze vinden, dat het in de raad nu te bloedeloos toegaat, te gezapig. Dat ze een glansrol gaan ambiëren als diepe denker, of gevat debater, of onverschrokken ijzervreter, of grote snoeshaan, of ontvouwer van meeslepende bestuurskundige inzichten, of verrassend-uit-de-hoek-komer, of , brrr, organisator van goede conflicten. Dat ze allemaal interessant willen gaan doen. God-bewaar-me, dat wordt een ramp. Het politiek bedrijf in Goirle is gelukkig pragmatisch en voorzichtig, met een minimum aan spanning en opwinding. Slechts een handjevol zelfkwellers ziet het vanaf de publieke tribune met lede ogen aan, en in de huiskamers kijkt men naar de X-factor, niet op de LOG, maar op RTL.

Waarom


Omdat ik ‘kandidaat’ ben. Kijken we even naar dat woord.

kandidaat zn. ‘gegadigde voor een ambt of waardigheid’
De oudste, academische betekenis is aan het Neolatijn ontleend, zie onder. De algemenere betekenis ‘gegadigde voor een ambt of waardigheid’ is, al dan niet via Frans candidat ‘gegadigde voor een ambt of waardigheid’ [1546; Rey], eerder al ‘kandidaat voor een overheidsambt’ [1284; Rey], ontleend aan klassiek Latijn candidātus ‘kandidaat voor een overheidsambt in Rome’. De Romeinse kandidaten waren traditioneel gekleed in een toga candida ‘witte toga’, en het woord is dan ook een afleiding van candidus ‘glanzend wit’, afleiding van de stam cand- ‘stralen’. Alle latere betekenissen zijn toepassingen van de algemene en op het Latijn gebaseerde betekenis ‘dinger naar een ambt of waardigheid’; vele ervan komen ook voor in andere West-Europese talen, Duits Kandidat, Frans candidat, Engels candidate etc., maar in hoeverre zij in elk van deze talen autonoom zijn ontwikkeld of onderling zijn ontleend is niet na te gaan.

Wat we hieruit leren, is, dat kandidaten zichtbaar waren, of moesten zijn. In een witte toga was je herkenbaar voor de goegemeente. Je was meer dan een naam op een lijst.