Eindelijk, het politieke overzicht betreffende Goirle in het
Brabants Dagblad. Geschreven door Kim Spanjer. Eerlijk is eerlijk: het viel me
alles mee. Kim is immers pas een half jaar of zo verslaggever voor Goirle,
edoch, ze blijkt over een scherpe blik te beschikken en ze slaat in haar
analyse diverse spijkers op de kop. Chapeau derhalve! Het deed me veel genoegen
te lezen, dat het CDA zich volgens haar in de afgelopen vier jaar goed wist te
profileren. “De 3 CDA-fractieleden stellen zich prima dualistisch op door af en
toe coalitiegenoten LRG en VVD op de vingers te tikken. Ze stemden ook tegen
een motie van het gehele college van B&W over een bezuiniging op de Wmo. De
fractie is steeds (opbouwend) kritisch richting het college van B&W, zelfs
richting de eigen wethouder. Wethouder Sjaak Sperber kreeg het moeilijke
subsidiedossier voor zijn kiezen. Dat is goed afgerond.”
Ik ben het hier geheel en al mee eens: het CDA heeft goed
tot zeer goed geopereerd. Duaal én loyaal! Kom er maar eens om. In ieder geval
kan coalitiegenoot een voorbeeld nemen aan het CDA. Lees wat ik in mijn
terugblik op de raadsvergadering van 15 mei 2012 schreef over de houding van
het LRG:
“En dan…. (ik
verbeeld mij dat de afsnijding van de zin op dit ogenblik een té treffende en
prikkelende uitwerking teweegbrengt om er geen gebruik van te maken)…. het
debat. Het debat!!! Lijst Riel Goirle begon monter met een verhaaltje over twee
uurtjes extra voor de dementieconsulent, en werd prompt weggehoond door de PvdA
en het PAG. “Miljaar, waar is uw visie?”, klonk het uit de mond van Mark van
Oosterwijk. Jan van Gulik keek héél ongemakkelijk. Zijn blik was die van de
spreekwoordelijke ezel die er op betrapt wordt dat ie in het stro staat te
zeiken. Als het ware. Neehee, Jan is geen ezel natuurlijk, en hij stond of zat
niet te piesen, maar zo kéék hij wel, als zo’n ezel. En hier komen we bij een
kernpunt, want dit is nou precies de makke van de fractie van Lijst Riel
Goirle: de raadsleden hebben geen eigen ideeën. Ze hobbelen maar zo’n beetje
achter het college van B&W aan, zoals Guus van der Put snedig opmerkte.
Duale stelsel? Niet voor de LRG. De raadsleden drukken zich als breekbare,
wankele lammetjes tegen het veilige, wollige lijf van moederschaap B&W aan.
Debat, ja, hoe voer je dat? “Kaders, hoofdlijnen, Leydraden”, riepen Mark en
Guus, maar er kwam helemaal niets uit de hoek van LRG. Ik had vanaf mijn plaats
op de publieke tribune willen roepen (ho, ho, dat mag helemaal niet! Mensen op
de publieke tribune mogen zich nergens mee bemoeien!): “Vooruit, Jan en Harry,
spring eens over jullie schaduw heen. Je kúnt het! Spring op uit jullie diepe
slaap. Dans lekker een stukkie voor de vuist weg.” Maar zoiets gebeurt
natuurlijk nooit, want dit is polletiek. Voor wegdansen zonder te bezinnen is
daar geen plaats. Voorzichtig schuifelen na ampel beraad en ‘terugkoppeling’,
dát komt meer in de richting.”
Toch een kleine
opmerking over de analyse van Kim. Zij schrijft: “Opvallend is dat Norbert de
Vries een hoge plek heeft gekregen. Hij fulmineert nog wel eens ongehoord over
de gemeenteraad in het Goirles Belang.”
Ik lees hierin: wie
zich in geschrifte kritisch uitlaat over de gemeentepolitiek worde liever uit
de gemeenteraad geweerd. Een hoogst curieuze opvatting, als u mij vraagt. Zeker
voor een journalist.
En hoe moet ik
‘ongehoord’ verstaan? Van Dale: “buitengewoon in zijn soort, altijd in
ongunstige zin”. Ik moet dus begrijpen, dat Kim een afkeurend oordeel heeft
over mijn fulmineren?
Overigens ben ik
haar wel dankbaar voor dat ‘fulmineren’. Gewoon omdat het een mooi woord is,
dat beelden oproept van een bliksemwerpende Zeus.
fulmineren ww. ‘heftig uitvaren, foeteren’
Vnnl. fulmineren ‘bliksemen; uitzinnig worden’ [1553; van den Werve], beghinnen te fulmineren, en den Dienaer te calumnieeren ‘beginnen te tieren en beschuldigingen te uiten tegen de dominee’ [ca. 1574; WNT Aanv.].
Ontleend aan Frans fulminer ‘id.’ [16e eeuw; Rey], in betekenis metaforisch ontwikkeld uit ‘bliksemen’ [1330; Rey] en ontleend aan Latijn fulmināre ‘bliksemen, heftig uitvaren’ en (in kerkelijk Latijn) ‘in de ban doen, veroordelen’, een afleiding van fulmen ‘bliksem’ (< *fulg-men), dat weer is ontstaan bij het werkwoord fulgēre ‘schijnen’. Dat werkwoord is misschien, maar dan zeer ver, verwant met → flagrant en het (ablautend) verwante → blaken.
Vnnl. fulmineren ‘bliksemen; uitzinnig worden’ [1553; van den Werve], beghinnen te fulmineren, en den Dienaer te calumnieeren ‘beginnen te tieren en beschuldigingen te uiten tegen de dominee’ [ca. 1574; WNT Aanv.].
Ontleend aan Frans fulminer ‘id.’ [16e eeuw; Rey], in betekenis metaforisch ontwikkeld uit ‘bliksemen’ [1330; Rey] en ontleend aan Latijn fulmināre ‘bliksemen, heftig uitvaren’ en (in kerkelijk Latijn) ‘in de ban doen, veroordelen’, een afleiding van fulmen ‘bliksem’ (< *fulg-men), dat weer is ontstaan bij het werkwoord fulgēre ‘schijnen’. Dat werkwoord is misschien, maar dan zeer ver, verwant met → flagrant en het (ablautend) verwante → blaken.