vrijdag 28 februari 2014

Bliksemen


Eindelijk, het politieke overzicht betreffende Goirle in het Brabants Dagblad. Geschreven door Kim Spanjer. Eerlijk is eerlijk: het viel me alles mee. Kim is immers pas een half jaar of zo verslaggever voor Goirle, edoch, ze blijkt over een scherpe blik te beschikken en ze slaat in haar analyse diverse spijkers op de kop. Chapeau derhalve! Het deed me veel genoegen te lezen, dat het CDA zich volgens haar in de afgelopen vier jaar goed wist te profileren. “De 3 CDA-fractieleden stellen zich prima dualistisch op door af en toe coalitiegenoten LRG en VVD op de vingers te tikken. Ze stemden ook tegen een motie van het gehele college van B&W over een bezuiniging op de Wmo. De fractie is steeds (opbouwend) kritisch richting het college van B&W, zelfs richting de eigen wethouder. Wethouder Sjaak Sperber kreeg het moeilijke subsidiedossier voor zijn kiezen. Dat is goed afgerond.”

Ik ben het hier geheel en al mee eens: het CDA heeft goed tot zeer goed geopereerd. Duaal én loyaal! Kom er maar eens om. In ieder geval kan coalitiegenoot een voorbeeld nemen aan het CDA. Lees wat ik in mijn terugblik op de raadsvergadering van 15 mei 2012 schreef over de houding van het LRG:

 

“En dan…. (ik verbeeld mij dat de afsnijding van de zin op dit ogenblik een té treffende en prikkelende uitwerking teweegbrengt om er geen gebruik van te maken)…. het debat. Het debat!!! Lijst Riel Goirle begon monter met een verhaaltje over twee uurtjes extra voor de dementieconsulent, en werd prompt weggehoond door de PvdA en het PAG. “Miljaar, waar is uw visie?”, klonk het uit de mond van Mark van Oosterwijk. Jan van Gulik keek héél ongemakkelijk. Zijn blik was die van de spreekwoordelijke ezel die er op betrapt wordt dat ie in het stro staat te zeiken. Als het ware. Neehee, Jan is geen ezel natuurlijk, en hij stond of zat niet te piesen, maar zo kéék hij wel, als zo’n ezel. En hier komen we bij een kernpunt, want dit is nou precies de makke van de fractie van Lijst Riel Goirle: de raadsleden hebben geen eigen ideeën. Ze hobbelen maar zo’n beetje achter het college van B&W aan, zoals Guus van der Put snedig opmerkte. Duale stelsel? Niet voor de LRG. De raadsleden drukken zich als breekbare, wankele lammetjes tegen het veilige, wollige lijf van moederschaap B&W aan. Debat, ja, hoe voer je dat? “Kaders, hoofdlijnen, Leydraden”, riepen Mark en Guus, maar er kwam helemaal niets uit de hoek van LRG. Ik had vanaf mijn plaats op de publieke tribune willen roepen (ho, ho, dat mag helemaal niet! Mensen op de publieke tribune mogen zich nergens mee bemoeien!): “Vooruit, Jan en Harry, spring eens over jullie schaduw heen. Je kúnt het! Spring op uit jullie diepe slaap. Dans lekker een stukkie voor de vuist weg.” Maar zoiets gebeurt natuurlijk nooit, want dit is polletiek. Voor wegdansen zonder te bezinnen is daar geen plaats. Voorzichtig schuifelen na ampel beraad en ‘terugkoppeling’, dát komt meer in de richting.”

 

Toch een kleine opmerking over de analyse van Kim. Zij schrijft: “Opvallend is dat Norbert de Vries een hoge plek heeft gekregen. Hij fulmineert nog wel eens ongehoord over de gemeenteraad in het Goirles Belang.”

Ik lees hierin: wie zich in geschrifte kritisch uitlaat over de gemeentepolitiek worde liever uit de gemeenteraad geweerd. Een hoogst curieuze opvatting, als u mij vraagt. Zeker voor een journalist.

En hoe moet ik ‘ongehoord’ verstaan? Van Dale: “buitengewoon in zijn soort, altijd in ongunstige zin”. Ik moet dus begrijpen, dat Kim een afkeurend oordeel heeft over mijn fulmineren?

Overigens ben ik haar wel dankbaar voor dat ‘fulmineren’. Gewoon omdat het een mooi woord is, dat beelden oproept van een bliksemwerpende Zeus.

 

fulmineren ww. ‘heftig uitvaren, foeteren’
Vnnl. fulmineren ‘bliksemen; uitzinnig worden’ [1553; van den Werve], beghinnen te fulmineren, en den Dienaer te calumnieeren ‘beginnen te tieren en beschuldigingen te uiten tegen de dominee’ [ca. 1574; WNT Aanv.].
Ontleend aan Frans fulminer ‘id.’ [16e eeuw; Rey], in betekenis metaforisch ontwikkeld uit ‘bliksemen’ [1330; Rey] en ontleend aan Latijn fulmināre ‘bliksemen, heftig uitvaren’ en (in kerkelijk Latijn) ‘in de ban doen, veroordelen’, een afleiding van fulmen ‘bliksem’ (< *fulg-men), dat weer is ontstaan bij het werkwoord fulgēre ‘schijnen’. Dat werkwoord is misschien, maar dan zeer ver, verwant met → flagrant en het (ablautend) verwante → blaken.

donderdag 27 februari 2014

Gelieve onze kandidaten niet belachelijk te maken

Mevrouw Halsema schreef een opiniestuk over de komende gemeenteraadsverkiezingen onder de titel 'De lokale politiek, het weeskind van de democratie'. Ik citeer daaruit het volgende:
De verleiding is heel groot om gemeentelijke politici aanhoudend belachelijk te maken met hun lieve intenties die van lantaarnpalen tot aan het oplossen van de ongelijkheid reiken, en met hun altijd slecht zittende kleding en vreemde brilmonturen.
Die laatste woorden, sorry mensen, doen het vermoeden postvatten, dat Femke laatstelijk in Goirle is geweest en het affiche van Lijst Riel Goirle heeft gezien.


woensdag 26 februari 2014

dinsdag 25 februari 2014

Idioten!


Het Griekse woord ‘idios’ betekent: van de gemeenschap afgezonderd, afzonderlijk, particulier, eigen. Daaruit ontwikkelt zich de betekenis: eigenaardig, apart, zelfstandig, ongewoon, excentriek, raar. De grondbetekenis vind je bijvoorbeeld in het woord ‘idioteia’: leven als ambteloos burger, wat later ook de betekenis krijgt van: onwetendheid, onkunde, onontwikkeldheid. Kortom,‘idios’ is het tegenovergestelde van ‘koinos’. Privé, persoonlijk en eigen versus publiek, gemeenschappelijk en openbaar.

Dan betrekken we het woord ‘idios’ op het begrip democratie en lezen:

An idiot in Athenian democracy was someone who was characterized by self-centeredness and concerned almost exclusively with private—as opposed to public—affairs. Idiocy was the natural state of ignorance into which all persons were born and its opposite, citizenship, was effected through formalized education. In Athenian democracy, idiots were born and citizens were made through education (although citizenship was also largely hereditary). Declining to take part in public life, such as democratic government of the polis (city state), was considered dishonorable. ‘Idiots’ were seen as having bad judgment in public and political matters. Over time, the term ‘idiot’ shifted away from its original connotation of selfishness and came to refer to individuals with overall bad judgment–individuals who are ‘stupid’.

Een Griekse burger die zich buiten de politiek hield, was dus een idioot: hij kon zich verkiesbaar stellen, maar deed het niet; hij kon gaan stemmen, maar bleef thuis.

 

Wie op 19 maart niet gaat stemmen, is een idioot!!!

maandag 24 februari 2014

Paneelpaniek (geen idee wat het is, maar het woord bevalt me zeer)


TNSNipo publiceert een peiling die toegespitst is op de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart: de lokale partijen zullen winnen en de landelijke partijen moeten vrezen voor verlies, met uitzondering van de SP. Sidder en beef, o Goirle: deze peiling biedt uitzicht op een aanmerkelijk kwaliteitsverlies in de nieuwe gemeenteraad. De lokale partijen (het PAG uitgezonderd) bakken er weinig van, de SP zit gevangen in haar eigen gelijk, en het zijn de PvdA, de VVD, het CDA en het PAG die de politieke kwaliteit leveren.

Voorts moeten we, volgens TNSNipo, rekening houden met een bedroevend lage opkomst op 19 maart. Lag de opkomst in de jaren tachtig en negentig nog ruim boven de 60 procent, in 2010 was het nog maar 54 procent, en op 19 maart aanstaande zou minder dan de helft nog maar gaan stemmen. “Een groot deel van de kiezers is teleurgesteld, cynisch of heeft domweg geen belangstelling.” Dat ‘domweg’ is in dit verband zeer treffend en toepasselijk. “Nog maar een derde van de kiezers is geïnteresseerd in de gemeentepolitiek, trewijl dat in de afgelopen dertig jaar rond de helft lag”, schrijft het Nipo. En dat, terwijl de rol van de gemeente steeds belangrijker wordt: denk aan de overheveling van taken van Rijk naar gemeenten op het vlak van jeugdzorg, de zorg voor ouderen en gehandicapten en begeleiding naar werk en inkomen.

 

Die politieke apathie is niet nieuw natuurlijk; lees bijvoorbeeld de werken van Luc Huyse (‘De niet-aanwezige staatsburger’ en andere). Of lees de ‘Oudejaars-beschouwingen van een Amsterdammer’ in De Gids van 1881:

“Tegenover de politieke apathie in den lande, omtrent wier bestaan men zich door de hevigheid der debatten in de Kamer en in de pers niet moet laten misleiden, - tegenover die apathie is het een magere troost te bespeuren, dat ons land misschien het eenige ter wereld is, waar anarchie, tijdelijk althans, zoo rustig en gevaarloos is. Misschien zou Proudhon, als hij dien toestand gekend had, ons het gelukkigste volk der aarde genoemd hebben.

Bestaat die anarchie eigenlijk ook niet op gemeentelijk gebied? Ge zult mij niet misverstaan, en U verbeelden, dat ik over het gemis aan stedelijke verordeningen ga klagen, of over te slappe handhaving daarvan, - of ook, dat ik de paneelpaniek van verleden winter ten nadeele der politie zal exploiteeren. Mijne vraag doelt op het verschijnsel, dat de gemeenteraad in den laatsten tijd zulk eene moeite schijnt te hebben, om te weten wat hij eigenlijk wil. (….) Noem de oorzaak besluiteloosheid, onstandvastigheid, onbeholpenheid,.... in alle geval gelijkt de uitkomst veel op anarchie, - en kan ik mij niet zoo warm maken als sommigen, over de niet-goedkeuring der Amsterdamsche begrooting door Gedeputeerde Staten. (….)

Moeten wij de eerste oorzaak van hetgeen ik hier anarchie noem niet wederom in de onverschillighed der gemeentenaren zoeken? Ik vrees wel, ofschoon de gemeentelijke belangen uit den aard der zaak hun nader aan 't hart liggen, - en doorgaans ook dieper in hun zak tasten, dan de algemeene politieke.”

 

zondag 23 februari 2014

vrijdag 21 februari 2014

Slechts één volger, maar wel een zeer trouwe

Een blog die nauwelijks te vinden is, en door degenen die 'm ooit vonden niet gevolgd wordt, hoe sneu ben je dan als weblogger? Voor wie doe je het allemaal? het antwoord op die vraag luidt: vooral voor eigen genoegen, en voor dat van mijn enige trouwe volger: mevrouw De Vries.
Zij heeft soms ook commentaar. "Wat ben je de laatste tijd toch Dichterig en Duitserig?"

Dag, trouwe volger!

Kandidaat 4 droomt

Hij droomt hoe hij het gemeentehuis nadert; hij ziet de raadszaal al voor zich, en het lonkende spreekgestoelte.... Edoch, hij gevoelt ook enige onzekerheid.... zal hij in staat zijn die hooggestemde... enfin, de dichtregelen wellen op ....

Hoe vol is mij 't gemoed!

Hoe jaagt mij 't vuur door 't hart! hoe schokt mij 't bruisend bloed!

Wat gloed doorstroomt mij de ad'ren!

Wat heilige aandrift spoort mijn schreên,

En doet, vermetel, mij het spreekgestoelte nad'ren,

En zweept me als voor zich heen?...

 

Maar, ach mijn zielloos lied

Sleept kruipend langs den grond, en volgt den ad'laar niet,

En laat zijn vlerken dalen!

Vergeefs de vlugt beproefd,

Bij 't weig'rig speeltuig en de ontstemde snaar getoefd;

Vergeefs de verw gezocht, om 't voorwerp af te malen!

 

Maar, neen! waar liefde woont,

Waar, één van ziel en zin, het heil der menschheid troont,

Waar uit vereende kracht het grootsch gebouw moet stijgen,

Dáár wordt ons de arbeid licht,

Dáár mag alleen belangzucht zwijgen,

Dáár is het willen schoon, dáár is het werken plicht!

donderdag 20 februari 2014

Pit


Leeuwenbotten

 

Op de aanplakbiljetten van de PvdA staan drie personen: Guus, Antoon en Pernell. Welnu, om háár gaat het me, want in het Goirles Belang van 19 februari staat haar portret nog eens afzonderlijk, en wat groter, afgebeeld en dan blijkt, dat zij echt wel de knapste van de drie is. Nu ben je dat naast Guus en Antoon al gauw natuurlijk. Pernell roept ons, de lezers van het GB, op om op haar te stemmen, want “de raad kan wel een beetje pit gebruiken”.

Ik heb de neiging het met dat laatste  eens te zijn, maar heb daarbij wel de vraag: zijn Guus en Antoon dan van die ingedutte, duffe dooievisjesvreters die niet vooruit te branden zijn? Waarom zorgen zij niet voor wat schwung? Kunnen ze niet? En waarom zou Pernell daarvoor trouwens wèl kunnen zorgen?

De raad kan wel een beetje pit gebruiken….

 

PC Hooft dichtte eens:

Hoewel ick noijt en sooch pit wt der Leeuwen schoncken,

Soo voel ick evenwel mijn geesten werden rap

hoewel ik nooit pit (merg) zoog uit de botten van leeuwen, voel ik toch mijn geest rap (levendig, dartel) worden

Leeuwenbotten voor de PvdA, opdat ze strijdbaar worden en eens speels uit de band springen!

 

dartel bn. ‘speels’
Mnl. du biste alte ... derteliken op ghehouden ‘je bent veel te fijngevoelig opgevoed’ [1437; MNW-P], du biste een derten ridder ‘je bent een lichtzinnig ridder’ [1480; MNW derten], al zijn zij bi wylen derten ‘al zijn ze soms wulps’ [ca. 1486; MNW-P]; vnnl. darten ‘jolig, overmoedig’ [1619; WNT], de fluit, aen 's harders dartlen mont ‘de fluit, aan de uitgelaten speelse, overmoedig vrolijke, mond van de herder’ [1629; WNT], de dertle Wellust ‘de wulpse wellust’ [1645; WNT].
Mnd. derten, darten, dertel ‘week, speels’; ofri. derten ‘dwaas, krankzinnig’ (nfri. derten).
De herkomst is onduidelijk. Mogelijk gaat dit woord terug op de wortel pie. *dher- (IEW 256), in dat geval is de betekenis ‘springerig’ en is het bijv. verwant met Grieks éthoron ‘ik sprong’, Iers dairim ‘ik bespring’.
De betekenis ‘lichtzinnig, wulps’ is na de 18e eeuw verdwenen.

Politiek woelen: niet goed



Johann Wolfgang von Goethe (1749 - 1832), deutscher Dichter der Klassik, Naturwissenschaftler und Staatsmann Quelle: Gespräch mit Kanzler Friedrich von Müller, (1779-1848), im Jahre 1825

woensdag 19 februari 2014

Droom

Gekozen worden! en dan een klassieke speech afsteken, in het Latijn natuurlijk, want klassiek. Een speech die aldus afsluit:

Ergo, cives gorlaei, ne quaesiveritis quae patria vobis praestare possit; ipsi quae
patriae praestare possitis, quaerite!  (…) Denique omnes vos appello ut a nobis officium hoc ineuntibus, eandem animi fortitudinem ac integritatem, idem vitae sacrificium postuletis quae ego peto a vobis. Solum ac solidum praemium nobis sit recti consilli rectique facti conscientia. De rebus a nobis gestis et gerendis iudicium posteris
concedamus. Ad patriae nobis carissimae gubernacula accedamus, divinum favorem
et praesentiam implorantes, memores autem omne opus a Deo hic in terra actum
agendumve semper totum simul nostrum esse debere.

 

En dus, Goirlese burgers, vraag niet wat uw geboorteplaats voor u kan doen, maar vraag wat u voor uw geboorteplaats kunt doen. (…) Tenslotte, vraag van ons hetzelfde hoge niveau van kracht en opoffering dat wij van u vragen. Laat ons met een goed geweten als onze enige zekere beloning, waarbij de geschiedenis de laatste rechter van onze daden is, voorwaarts gaan om leiding te geven aan de plaats waarvan wij houden en Zijn zegening en Zijn hulp vragen, echter in de wetenschap dat het werk Gods hier op aarde oprecht ons werk moet zijn.

dinsdag 18 februari 2014

Bekende fout


Verfallen wir nicht in den Fehler, bei jedem Andersmeinenden entweder an seinem Verstand oder an seinem guten Willen zu zweifeln.

 

Otto von Bismarck

maandag 17 februari 2014

Een omineus woord: kiezersbedrog


Daarom komt de partij allereerst voor de kiezers om zich te verdedigen, vrij te pleiten, of goed te praten al wat in de verrichte daden aan dat publiek niet zal kunnen aanstaan. Verder om zich te beroemen op andere daden, die dezen of genen kring van belanghebbenden aangenaam geweest moeten zijn. Dit soort bedelen om kiezersgunsten, dat uitteraard niet prettig is, wordt echter nog erger door de vooruitzichten en beloften, die het heet dat de kiezers eischen, en die dus al dan niet met ‘slagen-om-den-arm’ gegeven moeten worden.

Uit dit alles kan voortkomen, dat de volksnooden en wenschen niet hun eigen passende formuleering krijgen, maar dat bij de formules der parlements-politiek de passende nooden en verlangens worden afgeleid. Den kiezers moet dan aan het verstand gebracht worden, dat zij juist dit en niet anders wenschen. In elk geval dat dit nu de urgente punten van staatsbeleid zijn. Voor geen enkele partij en voor geen enkelen politicus mag dat soort ‘verkiezingsleiding’, dat terecht demagogie en kiezersbedrog heet, een aangename taak zijn, tenzij begonnen wordt met zichzelf te misleiden of de domheid zoo groot is dat het karakter van die taak niet eens wordt ingezien.

Slechts dan is er geen sprake van een noodlot, dat aan de verkiezingen eigen is, indien de partij kern gezond is, geheel opkomt uit een groot volksbelang, en dat consekwent en krachtig steeds heeft voorgestaan in de volksvertegenwoordiging.

 

Uit: De Beweging, jaargang 9 (1913) van G. Burger die zijn artikel aldus afsluit:

Er is één troost bij de donkere mist-verwachting, dat die n.l. toch altijd gevolgd wordt door een lente. Maar ondertusschen zitten wij in de kou, de nattigheid en het mistroostige donker.

G. Burger.

 

zondag 16 februari 2014

Gewetensvraag


Sinds ik weet niet precies wanneer (maar al een paar jaar), doe ik in het Goirles Belang verslag van iedere vergadering van de gemeenteraad. Hoe schrijf ik over de plaatselijke politiek? Neerbuigend of opbeurend? Mijn antwoord: iets ertussenin. Als ik me mijn bijdragen voor het Goirlese Belang in herinnering terugroep, valt me op, dat ik nu en dan scherpe kritiek heb gehad, doch slechts ten aanzien van een paar partijen: op Willem Couwenberg, aangezien hij zelden of nooit iets verstandigs zegt, op de SP, omdat Deborah en Arno vaak niet verder willen kijken dan het eigen gelijk (ideologische oogkleppen), en op Lijst Riel Goirle, vanwege hun nauwelijks bedwingbare neiging tot cliëntilisme. Voor het overige (dat wil zeggen: PvdA, PAG, VVD en CDA) niets dan lof. Voorts heb ik een paar keer kritiek gehad op de voorzitter-burgemeester.

 

Al bij al meen ik te moge stellen, dat mijn benadering van de Goirlese politiek weliswaar kritisch van toon is, maar toch ‘fair and square’, niet op de man of vrouw, maar op de bal.

 

Op kwalitatieve gronden dient na de verkiezingen van 19 maart allereerst onderzocht te worden of er een coalitie gevormd kan worden, bestaande uit de vier partijen die in de afgelopen jaren hun politieke kunnen bewezen hebben: PvdA, PAG, VVD en CDA. Met spijt mogen we vaststellen, dat de grootste partij (Lijst Riel Goirle) in de afgelopen periode veelal maar matig heeft gepresteerd. Een goede wethouder en een zwakke wethouder, een paar spraakzame raadsleden en een paar decorstukken: het gemiddelde komt maar juist op een zes-minnetje uit.

zaterdag 15 februari 2014

Dédain

Er wordt nogal afgegeven op politici. Het schijnt vooral een hobby te zijn van populisten, en salonpopulisten. Zie onderstaande citaat uit een artikel van Pieter van Os (NRC september 2013):

'Het vernietigende werk van de salonpopulist'

Ja, politiek is in de aard een modderig bedrijf, net als journalistiek. Geslaagde politiek komt tot stand door hardwerkende mensen die hun principes opportunistisch inzetten, in een spel van wendingen, beloften, compromissen en handige aanwending van procedures. Daar komt wel eens een vreemd geurtje bij vrij, maar dat rechtvaardigt allerminst de categorische afwijzingen waarop columnisten, essayisten en vrienden op verjaarsfeestjes me regelmatig trakteren.

Opvallend is dat de aanvallen niet van de minste schrijvers en denkers komen. De beste schrijver van het land, Arnon Grunberg, noemde de politiek in Nederland in zijn hoekje op de voorpagina van de Volkskrant „een hobby voor kneusjes”. Hij schreef ook: „Het Kamerdebat: kleinkunst. De volksvertegenwoordiger: weet niets en kan niets. De Tweede Kamer: banenproject voor werklozen.” Dichter Gerrit Komrij concludeerde kort voor zijn dood: „We zitten nu met één partij. De halers (politici) versus de betalers (stemvee).” Classicus Ilja Leonard Pfeijffer noemde de democratie zonder aarzelen „een verliezend concept”: te „traag” en „weinig slagvaardig”. Marc Chavannes, commentator van deze krant, noemde de Nederlandse politiek „bewegend behang”, en: „een soap met aantrekkelijke carrièremogelijkheden waar het alleen over bijzaken gaat.”

In mijn tijd op het Binnenhof kreeg ik in de gaten wat er aan de hand was: het ‘gewone’ populisme, dat met de komst van enkele nieuwe politieke partijen vaste voet had gekregen in het parlement, had een sjieke variant gekregen: het salonpopulisme. Het manifesteerde zich vooral in allerhande commentaren, bij voorkeur ver weg van het Binnenhof geschreven. Maar het kreeg ook een vertaling in het parlement, vooral door, hoe kon het anders: Alexander Pechtold. Zijn geklaag over stilstand, over Haagse onmacht, gebrek aan moed, aan ‘nikserigheid’; het kwam in de buurt van het eindeloze, richtingloze gezanik over politiek Den Haag dat je doorgaans in de taxi hoort, of in gesprekken met PVV-stemmers en andere politiek teleurgestelden. Goed, ‘klassiek’ populisme was dit niet: Pechtold pakte niet een elite aan die geen weet heeft van wat de gewone man bezighoudt. Hij sprak niet over zakkenvullerij of de ondergang van een nostalgisch, nationaal zelfbeeld. Hij mobiliseerde wel een anti-Haags sentiment, maar onder een andere bevolkingsgroep dan Verdonk, Marijnissen, Roemer of Wilders.

vrijdag 14 februari 2014

Dat kostbaar testament (OT en NT) ons ingeprent


Het is reeds vaak gezeid,

‘Komt allen op, ten strijd!’ -

 Weest voor die stem niet doof,

 Want 't gaat om ons geloof! -

 't Geloof, de grootste schat,

 Die iemand ooit bezat,

 Dat allerhoogste goed,

 Dat vreugde schept en moed,

 Dat kostbaar testament,

 Door dierb'ren ingeprent,

 't Geloof, dat dierbaar pand,

 Wat in onz' ziele brandt,

 Dàt trachten steeds de ‘Rooden’,

 In onze ziel, te dooden!

 Maar wij, wij roepen luid:

 Dat vuur bluscht gij niet uit!

 Nooit deelden wij uw lot,

 Te leven, zonder God!

 Weg met uw politiek,

 Wij blijven Katholiek'!

 Lijst 2 No. 4

 

woensdag 12 februari 2014

Affiches


"Der beste Platz für Politiker ist das Wahlplakat. Dort ist er tragbar, geräuschlos und leicht zu entfernen."

 

Loriot (Vico von Bülow, 1923-2011)

maandag 10 februari 2014

Vóór en na


Henning Busboom

Wahlkampfgedicht

               (VOR DER WAHL ...)

Geh ich durch als Siegertyp?
Hat mich die Partei auch lieb?
Hebt mein Wams sich arrogant?
Wirkt mein Lächeln süffisant?

Gut so. Auf geht´s vor die Presse,
rein ins Medieninteresse!
Laßt nach Herzenslust uns grasen
hier, im Land der leeren Phrasen,
dort, im Reich der leichten Lügen.

Nein, wir sind nicht zu besiegen.
Unser Plan ist überlegen.
Uns´re Männer sind Strategen.

Freilich, uns´re Frauen auch.
Samt dem Kind in ihrem Bauch.

Kleiner Scherz, seid´s mir nicht böse!
Auch die Arbeit der Friseuse
ist uns wichtig. Wir vertreten --
da wir uns in uns´rer steten
Linientreue ständig streiten --
alle Mehr- und Minderheiten.

Sagt´s den Jungen, sagt´s den Alten,
wir versprechen, was wir halten:

               (NACH DER WAHL ...)

fest an alten Idealen
und der Macht. Wenngleich die Zahlen,
die wir vor der Wahl verhießen,
sich denn doch nicht halten ließen.

Laßt uns nun die Fäuste ballen
und den Gürtel enger schnallen.
Leistung ist gefragt! Drum schafft,
bis der pralle Bauch sich strafft
und der Wirtschaft Muskeln sprießen.
Nur wer leidet, kann genießen.

Bürger, bleibt uns treu! Wir schwören,
nur zu sagen, was ihr hören
wollt und glauben und begreifen --
euch ganz zärtlich einzuseifen
bis zur nächsten großen Wahl.

Das erspart euch auch die Qual,
über Manches nachzudenken.
Weiter so: Ihr folgt, wir lenken.


 

Vóór en na


Henning Busboom

Wahlkampfgedicht

               (VOR DER WAHL ...)

Geh ich durch als Siegertyp?
Hat mich die Partei auch lieb?
Hebt mein Wams sich arrogant?
Wirkt mein Lächeln süffisant?

Gut so. Auf geht´s vor die Presse,
rein ins Medieninteresse!
Laßt nach Herzenslust uns grasen
hier, im Land der leeren Phrasen,
dort, im Reich der leichten Lügen.

Nein, wir sind nicht zu besiegen.
Unser Plan ist überlegen.
Uns´re Männer sind Strategen.

Freilich, uns´re Frauen auch.
Samt dem Kind in ihrem Bauch.

Kleiner Scherz, seid´s mir nicht böse!
Auch die Arbeit der Friseuse
ist uns wichtig. Wir vertreten --
da wir uns in uns´rer steten
Linientreue ständig streiten --
alle Mehr- und Minderheiten.

Sagt´s den Jungen, sagt´s den Alten,
wir versprechen, was wir halten:

               (NACH DER WAHL ...)

fest an alten Idealen
und der Macht. Wenngleich die Zahlen,
die wir vor der Wahl verhießen,
sich denn doch nicht halten ließen.

Laßt uns nun die Fäuste ballen
und den Gürtel enger schnallen.
Leistung ist gefragt! Drum schafft,
bis der pralle Bauch sich strafft
und der Wirtschaft Muskeln sprießen.
Nur wer leidet, kann genießen.

Bürger, bleibt uns treu! Wir schwören,
nur zu sagen, was ihr hören
wollt und glauben und begreifen --
euch ganz zärtlich einzuseifen
bis zur nächsten großen Wahl.

Das erspart euch auch die Qual,
über Manches nachzudenken.
Weiter so: Ihr folgt, wir lenken.


 

Krak


Circus Krak

(een terugblik op de raadsvergadering van 4 februari)

Ik citeer u uit de folder van Circus Krak: “Veel verhaal, decor en woorden hebben ze niet nodig, want zonder een verstaanbaar woord brengen ze u de lach. Soms subtiel, soms hilarisch om je vingers van af te likken. Visuele en absurde humor voor de ganse familie!” Nou, het was vorige week dinsdag inderdaad een avondje om je vingers bij af te likken. De scouting had in het voorprogramma al een sterk nummer laten zien (met spandoeken en met imposante massascènes in de stijl van de fameuze filmmaker Cecil B. DeMille), en toen betraden onze trapezewerkers, dompteurs, clowns, acrobaten en jongleurs de piste. Zeg nou eerlijk, die raadszaal heeft echt de vorm van een tent, en er is weinig fantasie voor nodig om je er in Circus Reisdorf te wanen: het publiek wordt ondergedompeld in een klassieke circussfeer met kroonluchters, rood fluweel en de geur van zand en zaagsel. Het orkest zet met schelle trompetten in, de spotlights gaan aan (mede ten behoeve van de LOG), en opperstalmeesteres Machteld begroet het hooggeëerd publiek: zij zal de avond ‘aan elkaar praten’. En daar draven de paardjes al in de rondte, hop, hop, hop.

Het vragenuurtje moest ik door omstandigheden missen. Sorry, lezer. Het ging over een bouwhal voor de carnaval, over weegbriefjes en De Hovel. Moeilijke, zwaarwichtige onderwerpen, en het uur vlóóg om. De agenda was verder uiterst bescheiden. Een leek zou gedacht hebben: daar zijn ze in een kwartiertje mee klaar. Maar dan onderschat u de raadsleden! En het college!  Onze bestuurderen weten van een muis een olifant te maken. Die vervolgens op één poot balanceert op een tonnetje met rode en gele strepen. Je houdt je hart vast. Never a dull moment dus, ook als de uitkomst van te voren al vaststaat. Neem het voorstel over de ‘huur- en subsidiesystematiek scouting’. Alleen zo’n titel al: klasse! Enfin, er lag een raadsbrede motie (wat heel bijzonder is) waarin het college vriendelijk doch dringend werd verzocht om het huiswerk over te doen. Wethouder Jan van Groenendaal stribbelde een heel klein beetje tegen – pro forma eigenlijk - en keek daarbij zeer droevig (dat heeft ie in de afgelopen vier jaar wel geleerd), terwijl het orkest een treurmarsje speelde. Die mismoedige, diepbedrukte blik werd nog extra geaccentueerd door ’s mans donkere brilmontuur. Had ie nou een stralend witte bril gedragen, dan zag het er allemaal al een stuk minder tobberig uit! Onze zielige clown kreeg gelukkig nog wel een applausje van de tribunes.

Volgende hoofdact was de kermisdiscussie onder het motto: volksvermaak of melkkoe? Diverse malen weerklonk het gezegde: waar een wil is, is een weg. Maar op die weg mogen niet te veel attracties staan, want anders kan de brandweer er niet langs. Wethouder Theo van der Heijden ging niet zo soepel overstag, en daarom werd de motie toch in stemming gebracht, na twee of drie keer te zijn aangepast (ik telde in ieder geval drie schorsingen). Eind goed, al goed, want hij gaat nu, vervuld van positieve intenties, onderzoeken of de kermis in 2015 naar het centrum terug kan.

Gebeurden er nog verrassende dingen, die het publiek deden opveren? Jawel! Opperstalmeesteres Machteld zakte - krak! - door haar stoel! ‘Boem, paukeslag, daar ligt alles plat’, om met Paul van Ostaijen te spreken. Hilarisch om je vingers van af te likken. Griffier Berry bracht haar fluks een andere stoel, maar ook die kraakte vervaarlijk. Ergo, laten we er niet omheen draaien: het meubilair in de raadszaal moet ten spoedigste worden vernieuwd. Zó kan het niet langer. Calamiteiten liggen op de loer, dat is klip en klaar! Nieuwe zetels is wel het minste. Bij succes en goed gedrag kan daarna misschien ook de rest van de raadszaal worden vernieuwd. Ideetje: misschien volledig de circustoer op?

zondag 9 februari 2014

Kijken! en genieten!

Strijdliederen mogen uit de tijd zijn, er zijn nog partijen die een lied brengen. Sint Anthonis NU moet u zien en horen, op Youtube. Mag u niet missen. Mooie muziek, fijne choreografie, aardige mensen.

Sint Anthonis NU voor jou
voor milieu en woningbouw
elke burger staat centraal
dienstverlening ons verhaal

zorg en welzijn iedereen
samenwerking om ons heen
enz enz enz

In marschtempo

Affiches, mooi hoor, maar waar blijven de liederen?


 

(Krachtig en forsch; in marschtempo)

 

Vrouwen, mannen, op ten strijde,

Geestdriftvol ter stembus heen;

Alle tweespalt kloek ter zijde,

Voor en boven alles één!

Vrouwen, mannen, wilt gij slechts,

Neerlands politiek blijft rechts!

 

 

 

Hoe de sluwe voog'laars fluiten,

Soci dan wel Liberaal;

Ieder kent dat lied van buiten:

Halve waarheid, leugentaal!

Vrouwen, mannen, wilt gij slechts,

Neerlands politiek blijft rechts!

 

 

 

Vrouwen, mannen, op, ééndrachtig,

Geestdriftvol ten stembusstrijd;

Onze kansen blijven prachtig,

Soci, Liberaal ten spijt!

Vrouwen, mannen, wilt gij slechts,

Neerlands politiek blijft rechts!

 

Jubilate: 50 oude en nieuwe geestelijke liederen voor kerk, school en huis, verzameld en gecomponeerd door Theo van der Bijl, L.C.G. Malmberg, 's-Hertogenbosch 1927

 

zaterdag 8 februari 2014

Sticky bussiness

De eerste affiches hangen! SP natuurlijk, en LRG. Plakken en hangen. Wildplakken, te grote affiches, overplakken (geheel of gedeeltelijk over de affiches van andere partijen). Ergernissen, harde woorden wellicht, dreigende taal. Politiek is een kleverig zaakje.

vrijdag 7 februari 2014

Leer van de fouten van Weekers en Plasterk


Frans Weekers was een politieke brekebeen die een fout te veel maakte. En nu ligt Ronald Plasterk onder vuur. Gaat hij het redden?

Een politicus mag nooit onzeker gaan stotteren en radeloos in zijn papieren beginnen te bladeren als hem een vraag gesteld wordt. Maar aan de andere kant: arrogantie en een te grote zelfverzekerdheid vallen ook verkeerd. Evenals ijdelheid. Natuurlijk zijn de meeste politici ijdel, maar ze weten het meestal aardig te maskeren. Plasterk staat bekend als een ijdeltuit pur sang. Als wetenschapper was hij dagelijks in de weer met een piepklein aaltje (Caenorhabditis elegans, een rondworm met een lengte van één millimeter), en dat deed ie niet onverdienstelijk; hij droomde zelfs van een Nobelprijs. Helaas, de prijs ging naar de c. elegans zelf. Ronald stapte over naar de politiek, maar wist zijn ijdelheid amper te verdoezelen. Een camera, een microfoon, en hij ging los. De olijke babbelkous werd nog gewaarschuwd door zijn collega van Defensie, maar .… enfin, komende dinsdag zal blijken of hij de schade nog kan herstellen.

De les voor politici van alle rangen en standen: vooral bescheiden blijven, en regelmatig even aan zelfkritiek doen. Wilhelm Busch dichtte:

 

Kritik des Herzens

Die Selbstkritik hat viel für sich.
Gesetzt den Fall, ich tadle mich,
So hab' ich erstens den Gewinn,
Daß ich so hübsch bescheiden bin;


Zum zweiten denken sich die Leut,
Der Mann ist lauter Redlichkeit;
Auch schnapp' ich drittens diesen Bissen
Vorweg den andern Kritiküssen;


Und viertens hoff' ich außerdem
Auf Widerspruch, der mir genehm.
So kommt es denn zuletzt heraus,
Daß ich ein ganz famoses Haus.

 

donderdag 6 februari 2014

Het gemeenteklokje, waar is het gebleven?


Aan de klok hangen; aan de groote klok hangen: iets ruchtbaar maken. In die beteekenis ook hier in gebruik. Wordt er van wege het gemeentebestuur iets afgekondigd, zoo wordt er te voren geklipt (geklept), d.i. het volk wordt door eenige slagen met een' hamer op de klok, of met den klepel tegen den boord van de klok, vóór de pui van het raadhuis bijeen geroepen, of ter plaatse waar men gewoon is de publicaties af te lezen: zulk eene aflezing mag dan wel heeten, iets aan de klok hangen. Op veel plaatsen hebben echter de gemeentehuizen geene klok, maar eene bel, waarmede natuurlijk dan geklipt wordt: vandaar, dat men hier ook algemeen hoort aan de bel hangen met dezelfde beteekenis als aan de klok hangen. Is er geen gemeentehuis, maar slechts eene gemeentekamer; of wel, heeft het gemeentehuis geene bel, dan gaat, in buitengewone gevallen, de veldwachter met eene bel de dorpsstraat af en roept zoo de gemeentenaren bijeen.

 
Het Goirlesche gemeentehuis van 1838 had een klokje; op het dak stond zelfs een klokkentorentje. In 1910 werd een ander gebouw als gemeentehuis in gebruik genomen; het oude werd verbouwd tot veldwachterswoning. Bij die verbouwing verdween het klokkentorentje van het dak. Het gemeenteklokje bleef bewaard en werd in 1922 in bruikleen gegeven aan de paters van het klooster op Nieuwkerk. Ja, kan dat klokje onderhand eens teruggegeven worden aan de gemeente? Dan kan het een plek krijgen in de hal van het gemeentehuis, en kan de klok geluid worden als de raadsvergadering aanvangt.

woensdag 5 februari 2014

Soms bleef hij op den hoek eener straat met iemand staan spreken

Uit 'Studie's naar het naakt model'(1886) van Frans Netscher.


Hij liet zich bij de beoordeeling van zaken op het gezond verstand voorstaan, trachtte alles in het daglicht eener cynische logika te stellen, en was in den grond van zijn karakter meêgaand en beginselloos. Vroeger, onder vrienden, spotte hij dikwijls met de kwesties, die in den Raad tot uitvoerige gedachtenwisselingen aanleiding hadden gegeven, als iemand die er geheel buiten staat, en er de schouders over ophaalt. Maar nauwelijks was hij door de liberale kiesvereeniging ‘Recht en Vrijheid,’ met eene kleine meerderheid van stemmen, kandidaat gesteld, of hij begon het noodzakelijk te vinden in zekere Gemeenteaangelegenheden partij te kiezen. Hij was vóór het nieuwe ‘Kurhaus te Scheveningen;’ alle buitenlandsche badplaatsen hadden prachtige hotels en gebouwen laten zetten, zeide hij, en Scheveningen alleen werd nog ontsierd door een leelijk, ouderwetsch badhuis; wij moesten met andere badplaatsen kunnen konkurreeren, met Ostende, Blankenberghe enz.; dan eerst zouden de vreemdelingen komen. Die Hollanders waren ook altijd zoo achterlijk! Ook was hij van plan in den Raad vóór een zeehaven te Scheveningen te spreken; zeker Scheveningen had daar al lang behoefte aan, en den Haag zou daardoor wat meer verkeer krijgen. In de kwestie van het Lager-Onderwijs zou hij zich gematigd liberaal toonen. Waarachtig, het scheen wel of wij in de eeuw der examens en schoolmeesters leefden; daar kon wel wat op bezuinigd worden, zonder het Onderwijs te benadeelen. Gekheid, hoor! En bovendien, de tegenwoordige finantieele toestand van het land eischte gebiedend besparing op de Onderwijskosten. Maar hij was een radikaal van het gezond verstand wanneer er over de sociaal-demokraten gesproken werd. Dat gespuis! Nu, hij zou er wel weg meê weten; korte metten maken, dat was het beste. Zeker, want gaf je den kaerels een vinger dan namen zij de geheele hand. Ellendige onruststokers!

En een week voor den verkiezingsdag werd hij warm door de liberale dagbladen aanbevolen. Meneer Tienhuis was een man, die na een eervollen en werkzamen loopbaan als dienaar van den Staat, in het ambtelooze leven teruggekeerd, eene welverdiende rust genietend, nog werkkracht en lust had overgehouden om in den Raad zijn kundig en door ondervinding rijp oordeel over de Gemeentebelangen te doen hooren. Nu het land en de Gemeenten onder den druk van een slechten finantieelen toestand gebukt gingen, moesten de kiezers met beide handen de gelegenheid aangrijpen om eene zoo kundige, finantieele specialiteit in den Raad af te vaardigen.

Toen eerst brak voor meneer Tienhuis een onrustigen tijd aan. Hij bracht vele veranderingen in zijne dagelijksche gewoonten. Vroeger zat hij veel tehuis, maar nu zag hij zich genoodzaakt zich overal in het openbaar te vertoonen. Hij bezocht de muziek-uitvoeringen in ‘de Tent’ en den Dierentuin, zelden bij zijne familie blijvend; telkens stond hij op om den een of ander aan te spreken, of zich aan een ander tafeltje neêr te zetten, iemand vertrouwelijk een hand te geven, iets in het oor te fluisteren, te lachen als een goede bekende; voortdurend nam hij zijn hoed af voor menschen, welke zijne zitplaats voorbijtrokken, en wier de namen hij nauwelijks kende. Men kon hem elken middag in ‘de Witte’ of de ‘Besogne-kamer’ ontmoeten, in groot gezelschap druk pratend, zich nu en dan aan een vreemde latende voorstellen. Hij stapte gewoonlijk om twee uur, na het koffiedrinken, reeds uit, en vertoonde zijn ernst en bezadigd uiterlijk in alle voorname straten van den Haag; soms bleef hij op den hoek eener straat met iemand staan spreken, vriendelijk, voorkomemd, met drukke, overtuigende bewegingen. Ook ging hij dikwijls de winkels zijner leveranciers binnen om eene kleinigheid te bestellen, en eenige aangename komplimentjes met de eigenaars te wisselen. De binnenzak zijner jas was vol papiertjes met aanteekeningen en namen, waarover hij nooit met zijne vrouw sprak, en die hij telkens herlas om te zien of hij niets vergeten had. En 's avonds moest hij nog menigmaal bezoeken afleggen, die hij ophelderde door te zeggen:

- O, wacht, ik moet nog even uit. - Ik ben in een oogenblik terug.

Zijne huisvrienden werden aangespoord om hunne bekenden tot eene goede opkomst bij de stembus te dwingen; sommigen, van wie men wist, dat zij nooit stemden, werden aangemaand dezen keer toch vooral te gaan; en eenige anderen, wier oordeel men nog niet kende, werden over hunne stem gepolst. Meneer Tienhuis kwam er zelfs toe eenige burgermenschen, die veel invloed in den stemmenden winkelstand hadden, en bij de verkiezingen in het verborgen als wervings-agenten dienst deden, te gaan opzoeken; bij een ouden kapper, kreeg hij zelfs eens niet-thuis, maar den volgenden dag kwam hij terug.

Zoodoende wist hij bij benadering te berekenen hoeveel stemmen hij krijgen kon; de verkiezing hing nu slechts van de opkomst der tegenpartij af.

dinsdag 4 februari 2014

Hora est


De veelbesproken kloof tussen politici en burgers is te wijten aan zowel het menselijke verlangen naar een simpele voorstelling van complexe zaken als het verlangen van politici om simpele zaken complex te maken.
D. OUDE NIJHUIS, Universiteit Leiden (2009)

 

Misschien moet de overheid ook maar geprivatiseerd worden; dat schijnt de keuzevrijheid te vergroten en tegelijk de prijzen te verlagen.
STEVEN DE JONG, Universiteit Maastricht (2009)

 

De idee tot privatisering van voorzieningen die voor de hele samenleving van belang zijn, berust op een influistering van de duivel.
JAN HOFSTRA, Rijksuniversiteit Groningen (2008)

 

Hoewel in een democratie van verkozen politici verwacht wordt dat ze doen wat het volk, dat zij immers vertegenwoordigen, wil, worden politici die beweren te gaan doen wat het volk wil, eerder beticht van populistisch dan van democratisch gedrag.
LIJNTJE PRONK, Universiteit Leiden (2008)

 

Politieke partijen lijken tegenwoordig op elkaar. Ze verdedigen niet hun eigen ideeën, maar weerleggen die van anderen.
MARCO ZOETEWEIJ, Technische Universiteit Delft (2007)

 

Those who are too smart to engage in politics are often punished by being governed by those who are not smart enough. (Plato)
M. DE NOO, Universiteit Leiden (2007)

 

Politici komen geregeld onbetrouwbaar over, omdat zij menen over alles een mening te moeten hebben.
ESKO DIJK, Technische Universiteit Eindhoven (2004)

 

Slechthorendheid bij politici neemt significant af in de tijd voorafgaande aan de verkiezingen en neemt spontaan weer toe in de daaropvolgende regeringsperiode.
ASTRID KORSTEN-MEIJER, Rijksuniversiteit Groningen (2003)

maandag 3 februari 2014

Vadertje Drees had al een hekel aan te ver doorgevoerde partijsplitsing

De tegenwoordige partijprogramma's bieden over het algemeen weinig radicale gedachten over hoe het anders moet. Voorzichtig aan dan breekt het lijntje niet. Maar als je een beetje 'utopisch' kunt denken, dan komen er ook minder voorzichtige gedachten op. Ideaal moment: op het einde van de oorlog. Straks, als het vrede is, dan gaan we de boel eens duchtig hervormen.


In de hongerwinter van 1944 op 1945 is Drees op een donkere avond, op weg naar zijn onderduikadres, in een Amsterdamse gracht geraakt. Door lichtseinen te geven met zijn ‘knijpkat’ trok hij de aandacht van een brugwachter, die hem redde. Drees moest enige weken het bed houden en in die tijd dicteerde hij een program van de politiek, die hij na de bevrijding nodig achtte. In April 1945 is dit program met een inleiding, als speciale uitgave, in het illegale sociaal-democratisch orgaan ‘Vrije Gedachten’ illegaal verspreid.

 

De Regering, die aanvankelijk ruime machtigingen zal moeten ontvangen, zal, met het oog op de omvang van de te vervullen taak en de noodzakelijkheid van snel handelen, ook duurzaam over groter bevoegdheden moeten beschikken dan vroeger gebruikelijk was. Echter blijve het gehele beleid staan onder contrôle van het Parlement en blijve het constitutionele gebruik gelden, dat geen kabinet aanblijft, wanneer de volksvertegenwoordiging het haar vertrouwen onthoudt.

De volksvertegenwoordiging bestaat uit één Kamer.

De werkwijze van het Parlement wordt grondig herzien.

De evenredige vertegenwoordiging blijve gehandhaafd, echter gecorrigeerd door maatregelen ter versterking van de band tussen kiezers en gekozenen en tot het tegengaan van te ver doorgevoerde partijsplitsing.

Afschaffing van de stemplicht.

zondag 2 februari 2014

Publiciteitsgeil

Wie op macht belust is, komt graag in de publiciteit.
Daarover las ik zeer onlangs een mooie column van Luuk Koelman, ja die kan er wat van!

Lees en geniet.


De apenrots die Tweede Kamer heet

Ik heb de afgelopen weken genoten van Fred Teeven. Geen politicus die – met de verkiezingen op komst – zo quasi-integer een plasje kan doen tegen de boom die Volkert van der G. heet, als hij. Prachtig vind ik dat.

Fred Teeven. Ik noem hem altijd Fred Stopwatch. Dat komt door een interview dat hij in 2010 gaf aan weekblad Vrij Nederland. Het vraaggesprek is net begonnen als de vriendin van Teeven belt, opgewonden. Fred zat in het RTL-nieuws van zes uur! Hij was het eerste item! “Hoeveel seconden?” wil Teeven weten. “Drieëntwintig”, antwoordt zijn vriendin. Teeven is in zijn nopjes. Hij vertelt de verslaggever dat hij eerder die week ook al 13 seconden in Hart van Nederland zat. Even later gaat weer zijn telefoon. Een uitnodiging voor een debat in het land. Maar Teeven laat zich niet zomaar strikken. Eerst wil hij weten of er pers aanwezig is, want “als er geen media zijn, zit ik er voor Jan Boterletter.”

Ach ja, politici, allemaal doen ze het: netjes in een spreadsheet bijhouden hoeveel seconden media-aandacht ze nu weer bij elkaar hebben gesprokkeld. Het is het enige wat telt op de apenrots die ‚Tweede Kamer’ heet. Neem nu Diederik Samsom die met een enorme bos rode rozen onder de arm aanbelt bij een rijtjeshuis. Intens medelijden heb ik met de persoon die op zo’n moment opendoet. Je verwacht Gerrie, van de buren. Ze zou de gootsteenontstopper terugbrengen. Maar nee, het is Diederik Samsom. Verschrikt staar je naar zijn wat slordig gekleide hoofd. Het heeft iets weg van een ei. Met daarop geplakt die vlezige lippen, in het echt veel groter en voller dan op tv. En ze bewegen. Je hoort flarden van zinnen. „Mijn idealen” en „verschil maken” en „samen.” Intussen cirkelen zes fotografen en twee cameraploegen om je heen. Daar krijg je een roos. Weigeren is onbeleefd. Je staart naar de roos. Het ongemak groeit. Terwijl fototoestellen klikken, kijk je Samsom aan. Wat is het eigenlijk een klein, raar mannetje. Zijn privéleven is een zooitje, maar wederom gaat hij – geheel belangeloos – voor jou het land redden.

Weer het geklik van fototoestellen. En als vanzelf komt de gedachte in je op. Zou deze colporteur van het eigen gelijk ook aanbellen zónder media in zijn kielzog? Pas dan valt het kwartje. Plots besef je het. Het gaat helemaal niet om jou. Jij bent slechts aankleding, de figurant. Een vakje in de spreadsheet van Diederik Samsom. Weer drie seconden erbij!

 

Kim zoekt


Op zoek naar die machtsbeluste politicus

 

De krant (i.c. het Brabants Dagblad) heeft het moeilijk en bezint zich derhalve op de toekomst. Eind januari werd daartoe een ‘lezersavond’ gehouden in Le Midi, aan de Heuvel te Tilburg. Er was daar een redactielokaal nagebouwd, met journalisten die live hun ding deden. Vragen stond vrij. Zonder meer een leuk idee. Als opwarmertje stonden, een paar dagen eerder, over twee pagina’s alle verslaggevers, redacteuren, chefs, coördinatoren (en wat dies meer zij) in de krant afgebeeld, en bij elke foto was ook een uitspraak van de desbetreffende persoon afgedrukt. Mijn aandacht ging natuurlijk uit naar de verslaggever van Goirle e.o., Kim Spanjers. Haar uitspraak is zeker prikkelend, dit in tegenstelling tot die van bijna al haar collegae die meestal niet verder komen dan iets zouteloos als ‘ik ben geïnteresseerd in mensen en hun verhalen’. Neen, dán Kim die uitpakt met: “Aardige dame (42) blijft zoeken naar machtsbeluste politicus (AL) om nagels te scherpen”. Slechts elf woorden, maar, miljaar!, ze leggen werelden bloot.

‘Aardige dame’. Ik ben geen uitgesproken kenner van de contactadvertentiën, maar meestal lees je daarin volgens mij toch andere termen; ik heb daarin nooit ‘dame’ gelezen, evenmin als de kwalificatie ‘aardig’. Vlot, charmant, modern, lief, ontwikkeld, you name it, maar nooit ‘aardig’ dat mijn oude Van Dale aanduidt als: geestig, grappig, flink, lief, aanvallig van uiterlijk, iron. laf, onbevallig, onaangenaam, Zuidn. zonderling, ongewoon, (ook) ongesteld, onpasselijk. Kortom, ‘aardige dame’ is tamelijk ‘aoreg’.

‘Blijft zoeken naar’. Contactadvertenties worden geplaatst door mensen die zoeken, natuurlijk. Maar je doet er verstandig aan daarin niet te laten doorklinken, dat je al heel lang en vruchteloos aan het zoeken bent. Dat maakt meteen zo’n sneue indruk.

‘Machtsbeluste politicus’. Kim op zoek naar de Goirlese Berlusconi? Curieus!

‘Om nagels de scherpen’. De Goirlese politicus als krabpaal. Kim is – zo moge uit de tekst blijken – geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Zij loert op machtswellustelingen om die te verschalken.

 
Kim is sinds een paar maanden de verslaggeefster voor Goirle e.o. en we mogen daarom opgelucht concluderen, dat er in de huidige gemeenteraad geen machtsbeluste politici zitten. Immers, zij heeft de huidige raad langdurig kunnen bespieden vanachter de perstafel, en tot nog toe heeft ze haar klauwtjes naar niemand uitgeslagen. Het bleef almaar bij brave stukjes die niemand pijn doen, en op geen enkele wonde de vinger leggen.

Ik loop in gedachte de diverse kandidatenlijsten langs… zitten daar belustelingen bij? Gek hè, ik blijf keer op keer steken bij de allereerste de beste van de eerste lijst…. 

zaterdag 1 februari 2014

Wieder Otto


Wenn man sagt, daß man einer Sache grundsätzlich zustimmt, so bedeutet es, daß man nicht die geringste Absicht hat, sie in der Praxis durchzuführen.