'Het vernietigende werk van de salonpopulist'
Ja, politiek is in
de aard een modderig bedrijf, net als journalistiek. Geslaagde politiek komt
tot stand door hardwerkende mensen die hun principes opportunistisch inzetten,
in een spel van wendingen, beloften, compromissen en handige aanwending van procedures.
Daar komt wel eens een vreemd geurtje bij vrij, maar dat rechtvaardigt
allerminst de categorische afwijzingen waarop columnisten, essayisten en
vrienden op verjaarsfeestjes me regelmatig trakteren.
Opvallend is dat
de aanvallen niet van de minste schrijvers en denkers komen. De beste schrijver
van het land, Arnon Grunberg, noemde de politiek in Nederland in zijn hoekje op
de voorpagina van de Volkskrant „een hobby voor kneusjes”. Hij schreef ook:
„Het Kamerdebat: kleinkunst. De volksvertegenwoordiger: weet niets en kan
niets. De Tweede Kamer: banenproject voor werklozen.” Dichter Gerrit Komrij
concludeerde kort voor zijn dood: „We zitten nu met één partij. De halers
(politici) versus de betalers (stemvee).” Classicus Ilja Leonard Pfeijffer
noemde de democratie zonder aarzelen „een verliezend concept”: te „traag” en
„weinig slagvaardig”. Marc Chavannes, commentator van deze krant, noemde de
Nederlandse politiek „bewegend behang”, en: „een soap met aantrekkelijke
carrièremogelijkheden waar het alleen over bijzaken gaat.”
In mijn tijd op het Binnenhof kreeg ik in de gaten wat er
aan de hand was: het ‘gewone’ populisme, dat met de komst van enkele nieuwe
politieke partijen vaste voet had gekregen in het parlement, had een sjieke
variant gekregen: het salonpopulisme. Het manifesteerde zich vooral in
allerhande commentaren, bij voorkeur ver weg van het Binnenhof geschreven. Maar
het kreeg ook een vertaling in het parlement, vooral door, hoe kon het anders:
Alexander Pechtold. Zijn geklaag over stilstand, over Haagse onmacht, gebrek
aan moed, aan ‘nikserigheid’; het kwam in de buurt van het eindeloze,
richtingloze gezanik over politiek Den Haag dat je doorgaans in de taxi hoort,
of in gesprekken met PVV-stemmers en andere politiek teleurgestelden. Goed,
‘klassiek’ populisme was dit niet: Pechtold pakte niet een elite aan die geen
weet heeft van wat de gewone man bezighoudt. Hij sprak niet over zakkenvullerij
of de ondergang van een nostalgisch, nationaal zelfbeeld. Hij mobiliseerde wel
een anti-Haags sentiment, maar onder een andere bevolkingsgroep dan Verdonk,
Marijnissen, Roemer of Wilders.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten