vrijdag 28 februari 2014

Bliksemen


Eindelijk, het politieke overzicht betreffende Goirle in het Brabants Dagblad. Geschreven door Kim Spanjer. Eerlijk is eerlijk: het viel me alles mee. Kim is immers pas een half jaar of zo verslaggever voor Goirle, edoch, ze blijkt over een scherpe blik te beschikken en ze slaat in haar analyse diverse spijkers op de kop. Chapeau derhalve! Het deed me veel genoegen te lezen, dat het CDA zich volgens haar in de afgelopen vier jaar goed wist te profileren. “De 3 CDA-fractieleden stellen zich prima dualistisch op door af en toe coalitiegenoten LRG en VVD op de vingers te tikken. Ze stemden ook tegen een motie van het gehele college van B&W over een bezuiniging op de Wmo. De fractie is steeds (opbouwend) kritisch richting het college van B&W, zelfs richting de eigen wethouder. Wethouder Sjaak Sperber kreeg het moeilijke subsidiedossier voor zijn kiezen. Dat is goed afgerond.”

Ik ben het hier geheel en al mee eens: het CDA heeft goed tot zeer goed geopereerd. Duaal én loyaal! Kom er maar eens om. In ieder geval kan coalitiegenoot een voorbeeld nemen aan het CDA. Lees wat ik in mijn terugblik op de raadsvergadering van 15 mei 2012 schreef over de houding van het LRG:

 

“En dan…. (ik verbeeld mij dat de afsnijding van de zin op dit ogenblik een té treffende en prikkelende uitwerking teweegbrengt om er geen gebruik van te maken)…. het debat. Het debat!!! Lijst Riel Goirle begon monter met een verhaaltje over twee uurtjes extra voor de dementieconsulent, en werd prompt weggehoond door de PvdA en het PAG. “Miljaar, waar is uw visie?”, klonk het uit de mond van Mark van Oosterwijk. Jan van Gulik keek héél ongemakkelijk. Zijn blik was die van de spreekwoordelijke ezel die er op betrapt wordt dat ie in het stro staat te zeiken. Als het ware. Neehee, Jan is geen ezel natuurlijk, en hij stond of zat niet te piesen, maar zo kéék hij wel, als zo’n ezel. En hier komen we bij een kernpunt, want dit is nou precies de makke van de fractie van Lijst Riel Goirle: de raadsleden hebben geen eigen ideeën. Ze hobbelen maar zo’n beetje achter het college van B&W aan, zoals Guus van der Put snedig opmerkte. Duale stelsel? Niet voor de LRG. De raadsleden drukken zich als breekbare, wankele lammetjes tegen het veilige, wollige lijf van moederschaap B&W aan. Debat, ja, hoe voer je dat? “Kaders, hoofdlijnen, Leydraden”, riepen Mark en Guus, maar er kwam helemaal niets uit de hoek van LRG. Ik had vanaf mijn plaats op de publieke tribune willen roepen (ho, ho, dat mag helemaal niet! Mensen op de publieke tribune mogen zich nergens mee bemoeien!): “Vooruit, Jan en Harry, spring eens over jullie schaduw heen. Je kúnt het! Spring op uit jullie diepe slaap. Dans lekker een stukkie voor de vuist weg.” Maar zoiets gebeurt natuurlijk nooit, want dit is polletiek. Voor wegdansen zonder te bezinnen is daar geen plaats. Voorzichtig schuifelen na ampel beraad en ‘terugkoppeling’, dát komt meer in de richting.”

 

Toch een kleine opmerking over de analyse van Kim. Zij schrijft: “Opvallend is dat Norbert de Vries een hoge plek heeft gekregen. Hij fulmineert nog wel eens ongehoord over de gemeenteraad in het Goirles Belang.”

Ik lees hierin: wie zich in geschrifte kritisch uitlaat over de gemeentepolitiek worde liever uit de gemeenteraad geweerd. Een hoogst curieuze opvatting, als u mij vraagt. Zeker voor een journalist.

En hoe moet ik ‘ongehoord’ verstaan? Van Dale: “buitengewoon in zijn soort, altijd in ongunstige zin”. Ik moet dus begrijpen, dat Kim een afkeurend oordeel heeft over mijn fulmineren?

Overigens ben ik haar wel dankbaar voor dat ‘fulmineren’. Gewoon omdat het een mooi woord is, dat beelden oproept van een bliksemwerpende Zeus.

 

fulmineren ww. ‘heftig uitvaren, foeteren’
Vnnl. fulmineren ‘bliksemen; uitzinnig worden’ [1553; van den Werve], beghinnen te fulmineren, en den Dienaer te calumnieeren ‘beginnen te tieren en beschuldigingen te uiten tegen de dominee’ [ca. 1574; WNT Aanv.].
Ontleend aan Frans fulminer ‘id.’ [16e eeuw; Rey], in betekenis metaforisch ontwikkeld uit ‘bliksemen’ [1330; Rey] en ontleend aan Latijn fulmināre ‘bliksemen, heftig uitvaren’ en (in kerkelijk Latijn) ‘in de ban doen, veroordelen’, een afleiding van fulmen ‘bliksem’ (< *fulg-men), dat weer is ontstaan bij het werkwoord fulgēre ‘schijnen’. Dat werkwoord is misschien, maar dan zeer ver, verwant met → flagrant en het (ablautend) verwante → blaken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten