Sinds ik weet niet precies wanneer (maar al een paar jaar), doe ik in het Goirles
Belang verslag van iedere vergadering van de gemeenteraad. Hoe schrijf ik over
de plaatselijke politiek? Neerbuigend of opbeurend? Mijn antwoord: iets
ertussenin. Als ik me mijn bijdragen voor het Goirlese Belang in herinnering
terugroep, valt me op, dat ik nu en dan scherpe kritiek heb gehad, doch slechts
ten aanzien van een paar partijen: op Willem Couwenberg, aangezien hij zelden
of nooit iets verstandigs zegt, op de SP, omdat Deborah en Arno vaak niet
verder willen kijken dan het eigen gelijk (ideologische oogkleppen), en op
Lijst Riel Goirle, vanwege hun nauwelijks bedwingbare neiging tot cliëntilisme.
Voor het overige (dat wil zeggen: PvdA, PAG, VVD en CDA) niets dan lof. Voorts
heb ik een paar keer kritiek gehad op de voorzitter-burgemeester.
Al bij al meen ik te moge stellen, dat mijn benadering van
de Goirlese politiek weliswaar kritisch van toon is, maar toch ‘fair and
square’, niet op de man of vrouw, maar op de bal.
Op kwalitatieve gronden dient na de verkiezingen van 19
maart allereerst onderzocht te worden of er een coalitie gevormd kan worden,
bestaande uit de vier partijen die in de afgelopen jaren hun politieke kunnen
bewezen hebben: PvdA, PAG, VVD en CDA. Met spijt mogen we vaststellen, dat de
grootste partij (Lijst Riel Goirle) in de afgelopen periode veelal maar matig
heeft gepresteerd. Een goede wethouder en een zwakke wethouder, een paar
spraakzame raadsleden en een paar decorstukken: het gemiddelde komt maar juist
op een zes-minnetje uit.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten