Leeuwenbotten
Op de aanplakbiljetten van de PvdA staan drie personen:
Guus, Antoon en Pernell. Welnu, om háár gaat het me, want in het Goirles Belang
van 19 februari staat haar portret nog eens afzonderlijk, en wat groter, afgebeeld
en dan blijkt, dat zij echt wel de knapste van de drie is. Nu ben je dat naast
Guus en Antoon al gauw natuurlijk. Pernell roept ons, de lezers van het GB, op
om op haar te stemmen, want “de raad kan wel een beetje pit gebruiken”.
Ik heb de neiging het met dat laatste eens te zijn, maar heb daarbij wel de vraag:
zijn Guus en Antoon dan van die ingedutte, duffe dooievisjesvreters die niet
vooruit te branden zijn? Waarom zorgen zij niet voor wat schwung? Kunnen ze
niet? En waarom zou Pernell daarvoor trouwens wèl kunnen zorgen?
De raad kan wel een beetje pit gebruiken….
PC Hooft dichtte eens:
Hoewel ick noijt en
sooch pit wt der Leeuwen schoncken,
Soo voel ick evenwel
mijn geesten werden rap
hoewel ik nooit pit (merg) zoog uit de botten van leeuwen,
voel ik toch mijn geest rap (levendig, dartel) worden
Leeuwenbotten voor de PvdA, opdat ze strijdbaar worden en
eens speels uit de band springen!
dartel
bn. ‘speels’
Mnl. du biste alte ... derteliken op ghehouden ‘je bent veel te fijngevoelig opgevoed’ [1437; MNW-P], du biste een derten ridder ‘je bent een lichtzinnig ridder’ [1480; MNW derten], al zijn zij bi wylen derten ‘al zijn ze soms wulps’ [ca. 1486; MNW-P]; vnnl. darten ‘jolig, overmoedig’ [1619; WNT], de fluit, aen 's harders dartlen mont ‘de fluit, aan de uitgelaten speelse, overmoedig vrolijke, mond van de herder’ [1629; WNT], de dertle Wellust ‘de wulpse wellust’ [1645; WNT].
Mnd. derten, darten, dertel ‘week, speels’; ofri. derten ‘dwaas, krankzinnig’ (nfri. derten).
De herkomst is onduidelijk. Mogelijk gaat dit woord terug op de wortel pie. *dher- (IEW 256), in dat geval is de betekenis ‘springerig’ en is het bijv. verwant met Grieks éthoron ‘ik sprong’, Iers dairim ‘ik bespring’.
De betekenis ‘lichtzinnig, wulps’ is na de 18e eeuw verdwenen.
Mnl. du biste alte ... derteliken op ghehouden ‘je bent veel te fijngevoelig opgevoed’ [1437; MNW-P], du biste een derten ridder ‘je bent een lichtzinnig ridder’ [1480; MNW derten], al zijn zij bi wylen derten ‘al zijn ze soms wulps’ [ca. 1486; MNW-P]; vnnl. darten ‘jolig, overmoedig’ [1619; WNT], de fluit, aen 's harders dartlen mont ‘de fluit, aan de uitgelaten speelse, overmoedig vrolijke, mond van de herder’ [1629; WNT], de dertle Wellust ‘de wulpse wellust’ [1645; WNT].
Mnd. derten, darten, dertel ‘week, speels’; ofri. derten ‘dwaas, krankzinnig’ (nfri. derten).
De herkomst is onduidelijk. Mogelijk gaat dit woord terug op de wortel pie. *dher- (IEW 256), in dat geval is de betekenis ‘springerig’ en is het bijv. verwant met Grieks éthoron ‘ik sprong’, Iers dairim ‘ik bespring’.
De betekenis ‘lichtzinnig, wulps’ is na de 18e eeuw verdwenen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten