Wat me nóg erger lijkt dan ‘je gezicht laten zien’, is
canvassen. Het WNT (Woordenboek der Nederlandsche Taal) geeft als betekenis:
klanten werven, colporteren. De voorbeeldzin komt uit een advertentie die in 1970 in de krant stond: “Vindt
u uzelf ambitieus, representatief, doortastend. En volhardend genoeg om te
kunnen canvassen en pionieren? Bent u een geboren verkoper. Met minimaal vijf
jaar ervaring in de verkoop van kantoormachines of industriële produkten?”
Tegenwoordig heeft ‘canvassen’ vooral een politieke betekenis,
zoals uit het woordenboek van neologismen blijkt: canvassen (← Eng. to canvass ‘werven,
bewerken’), verkiezingscampagne voeren door huis aan huis kiezers te ronselen. ‘Huisbezoeken’,
‘canvassen’ (belletje trekken), straatgevechten, redevoeringen in grote en
kleine zalen verspreid over drie Brabantse gemeenten. (De Volkskrant, 08/03/86)
Eerst twee ziekenhuisbezoekjes, dan een uurtje canvassen op Kings Road. (Vrij Nederland, 12/04/97)
Eerst twee ziekenhuisbezoekjes, dan een uurtje canvassen op Kings Road. (Vrij Nederland, 12/04/97)
Huisbezoek, nee, dank u; huis aan huis
aanbellen, ik moet er niet aan denken! Een redevoering, ach, er wordt toch niet
geluisterd, maar straatgevechten, hé, dat is andere koek!, die trekken me
bijzonder aan, mits afgesproken kan worden, dat ik geen klap zal beuren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten