zaterdag 4 januari 2014

Canvassen


 

Wat me nóg erger lijkt dan ‘je gezicht laten zien’, is canvassen. Het WNT (Woordenboek der Nederlandsche Taal) geeft als betekenis: klanten werven, colporteren. De voorbeeldzin komt uit een advertentie die in 1970 in de krant stond: “Vindt u uzelf ambitieus, representatief, doortastend. En volhardend genoeg om te kunnen canvassen en pionieren? Bent u een geboren verkoper. Met minimaal vijf jaar ervaring in de verkoop van kantoormachines of industriële produkten?”

Tegenwoordig heeft ‘canvassen’ vooral een politieke betekenis, zoals uit het woordenboek van neologismen blijkt: canvassen (← Eng. to canvass ‘werven, bewerken’), verkiezingscampagne voeren door huis aan huis kiezers te ronselen. ‘Huisbezoeken’, ‘canvassen’ (belletje trekken), straatgevechten, redevoeringen in grote en kleine zalen verspreid over drie Brabantse gemeenten. (De Volkskrant, 08/03/86)
Eerst twee ziekenhuisbezoekjes, dan een uurtje canvassen op Kings Road. (Vrij Nederland, 12/04/97)

Huisbezoek, nee, dank u; huis aan huis aanbellen, ik moet er niet aan denken! Een redevoering, ach, er wordt toch niet geluisterd, maar straatgevechten, hé, dat is andere koek!, die trekken me bijzonder aan, mits afgesproken kan worden, dat ik geen klap zal beuren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten