zaterdag 18 januari 2014

Fatjes met een scheiding midden over 't hoofd


Een wijze les: ken de kiezers en weet hoe ze aan te spreken. De liberalen hadden het in de negentiende eeuw nog niet helemaal door. Aan de andere kant: is er überhaupt wel eer te behalen als (bijna) gans het volk confessioneel stemt en eigenlijk alleen belangstelling heeft voor ‘afgetrokkenheden van leerstelligen aard’. En trouwens, is het nu zoveel beter? Bijna gans het volk heeft veel meer belangstelling voor ‘brood en spelen’ dan voor de dagelijkse politiek. Enfin, lees en geniet!

 

Zal eens de historieschrijver boeken: ‘Het binnenland van Afrika ging voor den wereldhandel open; die zijn vlag het verst droeg in het groote werelddeel was - Nederland.’ Dan zouden er veel minder advocaatjes en griffiertjes en substituutgriffiertjes en commiezen in de Nederlanden slenteren, maar honderden het zeegat uitmoeten; veel minder fatjes met een scheiding midden over 't hoofd en poneyhaar, maar velen met gebruinde aangezichten loopen; dan zou de politiek... Halt! Daar zit ik midden in den mist. Politiek? Welke! Onze Tweede Kamer wordt een cathechiseerkamer. Het twisten van modernen en rechtzinnigen, dat ophield in de kerk, hernieuwt zich op het Binnenhof, in 's lands vergaderzaal. De kerkelijke mist hult 't politieke leven in een dikken, taaien mist, die naar den wierook riekt van Rome en naar de muffe lucht van Dordsche perkamenten. Nu de verkiezingskoorts voorbij is, moet ik 't zeggen: zelfs de opgewektheid en de hitte van dien strijd had iets bedroevends. 't Schijnt of 't volk slechts wakker wordt als 't tegen of voor de dominés gaat. 't Maakt zich bij voorkeur en uitsluitend warm om afgetrokkenheden van leerstelligen aard, zij 't in ontkennenden, zij 't in bevestigenden zin. De liberalen zijn er onder, ja, maar wat waren de liberalen, wat werden zij steeds meer en meer? Een richting, die in kamerclubs en in de kiesvereenigingen zich terugtrok; de zaak van een fatsoenlijk deel des volks, niet van een volk; een stelsel, riekend naar de lamp, geen drijfkracht, die ten harte uitging in de harten. De liberalen stonden als een fractie op zich zelf, maar voeling met de menigte, met het groote volk, waar was die? De kerk liet men uit de handen slippen; van de kerkelijke stembus bleef men weg; alleen staan liet men die, 't gevaar voorziende, daar ter plaatse rechten invloed wilden handhaven en bewaren. Maar Dr. Kuyper kende des te beter het volk. Hij wist wat er omgaat bij de duizenden, die op het platte land en in de dorpen, in de achterstraten van de steden, in de boerenwoningen en stulpen zitten. Hij wist hoe heel dat volk gewaar wordt, denkt, waar zij zijn aan te pakken, waarmede op te winden. Hij zag den ouden bijbel in hun handen, geel gekleurde bladen, beduimeld vaak en omgekruld, en de oude stijve letters en de oude prenten en de oude taal, het ‘Heere’ dat hun lief is. Die lieden hebben geen aesthetische genietingen, geen spannende romans van Franschen snit, geen Darwinistische hypothesen, geen physica en andere tot hun dienst. Zij hebben slechts hun bijbel.

 

Willem Hendrik de Beaufort “Mist. Alleenspraak van een Provinciaal”, De Gids, 1885

Geen opmerkingen:

Een reactie posten