Een wijze les: ken de kiezers en weet hoe ze aan te spreken.
De liberalen hadden het in de negentiende eeuw nog niet helemaal door. Aan de
andere kant: is er überhaupt wel eer te behalen als (bijna) gans het volk
confessioneel stemt en eigenlijk alleen belangstelling heeft voor
‘afgetrokkenheden van leerstelligen aard’. En trouwens, is het nu zoveel beter?
Bijna gans het volk heeft veel meer belangstelling voor ‘brood en spelen’ dan
voor de dagelijkse politiek. Enfin, lees en geniet!
Zal eens de historieschrijver boeken: ‘Het binnenland van
Afrika ging voor den wereldhandel open; die zijn vlag het verst droeg in het
groote werelddeel was - Nederland.’ Dan zouden er veel minder advocaatjes en
griffiertjes en substituutgriffiertjes en commiezen in de Nederlanden
slenteren, maar honderden het zeegat uitmoeten; veel minder fatjes met een
scheiding midden over 't hoofd en poneyhaar, maar velen met gebruinde
aangezichten loopen; dan zou de politiek... Halt! Daar zit ik midden in den
mist. Politiek? Welke! Onze Tweede Kamer wordt een cathechiseerkamer. Het
twisten van modernen en rechtzinnigen, dat ophield in de kerk, hernieuwt zich
op het Binnenhof, in 's lands vergaderzaal. De kerkelijke mist hult 't
politieke leven in een dikken, taaien mist, die naar den wierook riekt van Rome
en naar de muffe lucht van Dordsche perkamenten. Nu de verkiezingskoorts
voorbij is, moet ik 't zeggen: zelfs de opgewektheid en de hitte van dien
strijd had iets bedroevends. 't Schijnt of 't volk slechts wakker wordt als 't
tegen of voor de dominés gaat. 't Maakt zich bij voorkeur en uitsluitend warm
om afgetrokkenheden van leerstelligen aard, zij 't in ontkennenden, zij 't in
bevestigenden zin. De liberalen zijn er onder, ja, maar wat waren de liberalen,
wat werden zij steeds meer en meer? Een richting, die in kamerclubs en in de
kiesvereenigingen zich terugtrok; de zaak van een fatsoenlijk deel des volks,
niet van een volk; een stelsel, riekend naar de lamp, geen drijfkracht, die ten
harte uitging in de harten. De liberalen stonden als een fractie op zich zelf,
maar voeling met de menigte, met het groote volk, waar was die? De kerk liet
men uit de handen slippen; van de kerkelijke stembus bleef men weg; alleen
staan liet men die, 't gevaar voorziende, daar ter plaatse rechten invloed
wilden handhaven en bewaren. Maar Dr. Kuyper kende des te beter het volk. Hij
wist wat er omgaat bij de duizenden, die op het platte land en in de dorpen, in
de achterstraten van de steden, in de boerenwoningen en stulpen zitten. Hij
wist hoe heel dat volk gewaar wordt, denkt, waar zij zijn aan te pakken,
waarmede op te winden. Hij zag den ouden bijbel in hun handen, geel gekleurde
bladen, beduimeld vaak en omgekruld, en de oude stijve letters en de oude
prenten en de oude taal, het ‘Heere’ dat hun lief is. Die lieden hebben geen
aesthetische genietingen, geen spannende romans van Franschen snit, geen
Darwinistische hypothesen, geen physica en andere tot hun dienst. Zij hebben
slechts hun bijbel.
Willem Hendrik de Beaufort “Mist. Alleenspraak van een
Provinciaal”, De Gids, 1885
Geen opmerkingen:
Een reactie posten