donderdag 9 januari 2014

De kracht van het kleine getal


Uit: ‘De kiesvereeniging van Stellendijk’, 1880, Lodewijk Mulder

 

 

Haspelstok. (half tot zich zelf.)

Als het in artikel 97 staat, dan zal 't wel zoo wezen. Maar, ik moet zeggen, dat is me nou net of ik alleen met den dominé en den koster in de kerk zit.

Valburg.

Mijnheer de Voorzitter, als U me 't woord wilt vergunnen, wil ik alleen ons geacht medelid doen opmerken, dat hetgeen hij voor een bezwaar houdt, voor eene kiesvereeniging werkelijk geen bezwaar is. Wanneer hij eenigszins in de gelegenheid geweest was, het politiek leven in onze dagen en vooral in ons vaderland te bestudeeren, dan zou hij gezien hebben, dat de gewone loop van zaken deze is. De kiezers worden opgeroepen om over een kandidaat voor de Kamer, de Provinciale Staten of den Gemeenteraad van gedachten te wisselen. Ze blijven thuis, op eenige weinigen na; die doen de zaak in klein comité af en den volgenden morgen zien de stemgerechtigden uit het district in de krant, voor wien ze te stemmen hebben, indien ze niet riskeeren willen, dat hun stem nutteloos verloren gaat. Er zijn voorbeelden, dat eene samenspreking van een half dozijn menschen iemand lid van de Kamer gemaakt heeft, en dus is er in onze bijeenkomst op dit oogenblik, nu we eenvoudig een kandidaat voor het onderkiesdistrict Stellendijk te kiezen hebben volstrekt niets abnormaals. Ons geacht medelid kan daaromtrent volkomen gerust zijn.

Haspelstok.

Ik ben geheel gerust.

Valburg.

En bovendien, wat ons zelven persoonlijk aangaat, wij, die door onze trouwe opkomst toonen, dat we in de publieke zaak belang stellen, wij hebben des te meer invloed naarmate wij minder talrijk zijn. Op dit oogenblik bijvoorbeeld beheerschen wij met ons drieën de geheele verkiezing in Stellendijk. Met recht kunnen we dus zeggen: In ons isolement ligt onze kracht.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten