Uit: ‘De kiesvereeniging van Stellendijk’, 1880, Lodewijk
Mulder
Haspelstok. (half
tot zich zelf.)
Als het in artikel 97 staat, dan zal 't wel zoo wezen. Maar,
ik moet zeggen, dat is me nou net of ik alleen met den dominé en den koster in
de kerk zit.
Valburg.
Mijnheer de Voorzitter, als U me 't woord wilt vergunnen, wil
ik alleen ons geacht medelid doen opmerken, dat hetgeen hij voor een bezwaar
houdt, voor eene kiesvereeniging werkelijk geen bezwaar is. Wanneer hij
eenigszins in de gelegenheid geweest was, het politiek leven in onze dagen en
vooral in ons vaderland te bestudeeren, dan zou hij gezien hebben, dat de
gewone loop van zaken deze is. De kiezers worden opgeroepen om over een
kandidaat voor de Kamer, de Provinciale Staten of den Gemeenteraad van
gedachten te wisselen. Ze blijven thuis, op eenige weinigen na; die doen de
zaak in klein comité af en den volgenden morgen zien de stemgerechtigden uit
het district in de krant, voor wien ze te stemmen hebben, indien ze niet
riskeeren willen, dat hun stem nutteloos verloren gaat. Er zijn voorbeelden,
dat eene samenspreking van een half dozijn menschen iemand lid van de Kamer
gemaakt heeft, en dus is er in onze bijeenkomst op dit oogenblik, nu we
eenvoudig een kandidaat voor het onderkiesdistrict Stellendijk te kiezen hebben
volstrekt niets abnormaals. Ons geacht medelid kan daaromtrent volkomen gerust
zijn.
Haspelstok.
Ik ben geheel gerust.
Valburg.
En bovendien, wat ons zelven persoonlijk aangaat, wij, die
door onze trouwe opkomst toonen, dat we in de publieke zaak belang stellen, wij
hebben des te meer invloed naarmate wij minder talrijk zijn. Op dit oogenblik
bijvoorbeeld beheerschen wij met ons drieën de geheele verkiezing in
Stellendijk. Met recht kunnen we dus zeggen: In ons isolement ligt onze kracht.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten