In het Brabants Dagblad van 24 december 2013 las ik een mijns
inziens merkwaardige opinie van meneer Gerard Drosterij, politicoloog. Hij
schildert een somber beeld: via de decentralisaties komen er steeds meer
belangrijke taken en verantwoordelijkheden (jeugdzorg, arbeidsparticipatie,
enz.) naar de gemeenten toe, terwijl de gemeenteraden toch al zwaar onder druk
staan, omdat er amper voldoende mensen te vinden zijn die raadslid willen
worden. “Het vak”, aldus Drosterij, “betaalt slecht, maakt je kwetsbaar voor de
(soms gewelddadige) frustratie van vreemden en is gewoon droog en complex.” Het
grootste probleem is de tijd: wie kan en/of wil er naast zijn baan nog eens
twintig uur per week aan de lokale politiek besteden? “Straks wagen alleen nog
maar jonge vrijgezellen en gepensioneerden de gok van een raadslidmaatschap.”
En dan komt onze politicoloog tot de volgende vaststelling: “Nu ligt het
oordeel over het lokaal beleid in handen van een kleine groep wier
representativiteit en controlemacht onder vuur ligt.”
Dit is een tamelijk krukkig geformuleerde conclusie; de
koppenmaker van de krant doet het beter met de heldere tekst: “Weinigen staan
te trappelen om raadslid te worden. Daardoor zijn raden nauwelijks
representatief.”
Laten we hier even bij stil staan.
De gedachte die achter bovengenoemde conclusie ligt, is: hoe
getrouwer de raad een afspiegeling is van de lokale bevolking, hoe beter die
raad kan functioneren (ergo: hoe beter het is). De ideale gemeenteraad bestaat
uit evenveel mannen als vrouwen, en telt ouderen, middelbaren en jongeren in
dezelfde verhouding als in de desbetreffende gemeente het geval is, en idem qua
opleidingsniveau, levensbeschouwing, inkomen, en allerlei andere variabelen.
Deze denkwijze deugt niet. De ideale raad bestaat uit mensen die gemotiveerd
zijn om zich in te zetten voor de openbare zaak, en zo mogelijk ook nog capabel
zijn. Daarbij is het niet van belang of ze man of vrouw, dik of dun,
brildragend en/of kaal zijn, maar enkel en alleen of ze het vertrouwen genieten
van de kiezers. Dat vertrouwen wordt uitgesproken bij de verkiezingen.
Volgen we weder het betoog van de heer Drosterij. Hij oppert
het idee om het probleem van - in zijn
woorden - ‘de steeds smallere basis van de gemeenteraad’, ofwel ‘dat
democratische tekort’ op te lossen via zogeheten ‘burgerraden’ (te vergelijken
met de burgerjury’s in de Angelsaksische rechtspraak): via loting nemen burgers
zitting in zo’n raad waarin ze zich kunnen oefenen “in het oordelen over de
vele dilemma’s die er aan zitten te komen in de nieuwe werkelijkheid van de
gedecentraliseerde participatiesamenleving.”
Werkelijk een hoogst curies idee! Als er werkelijk onder
brede lagen van de lokale bevolking al was het maar een greintje belangstelling
voor de politiek zou bestaan, was de publieke tribune tijdens de
raadsvergaderingen wel aanmerkelijk beter bezet.
Politiek is geen theater, geen voetbalwedstrijd, geen
vermaak. Politiek is je in zaken verdiepen, nadenken, overleg voeren, en
besluiten nemen. Politiek is hard werken, en stank voor dank.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten