donderdag 2 januari 2014

Een representatieve raad?


In het Brabants Dagblad van 24 december 2013 las ik een mijns inziens merkwaardige opinie van meneer Gerard Drosterij, politicoloog. Hij schildert een somber beeld: via de decentralisaties komen er steeds meer belangrijke taken en verantwoordelijkheden (jeugdzorg, arbeidsparticipatie, enz.) naar de gemeenten toe, terwijl de gemeenteraden toch al zwaar onder druk staan, omdat er amper voldoende mensen te vinden zijn die raadslid willen worden. “Het vak”, aldus Drosterij, “betaalt slecht, maakt je kwetsbaar voor de (soms gewelddadige) frustratie van vreemden en is gewoon droog en complex.” Het grootste probleem is de tijd: wie kan en/of wil er naast zijn baan nog eens twintig uur per week aan de lokale politiek besteden? “Straks wagen alleen nog maar jonge vrijgezellen en gepensioneerden de gok van een raadslidmaatschap.” En dan komt onze politicoloog tot de volgende vaststelling: “Nu ligt het oordeel over het lokaal beleid in handen van een kleine groep wier representativiteit en controlemacht onder vuur ligt.”

Dit is een tamelijk krukkig geformuleerde conclusie; de koppenmaker van de krant doet het beter met de heldere tekst: “Weinigen staan te trappelen om raadslid te worden. Daardoor zijn raden nauwelijks representatief.”

 

Laten we hier even bij stil staan.

De gedachte die achter bovengenoemde conclusie ligt, is: hoe getrouwer de raad een afspiegeling is van de lokale bevolking, hoe beter die raad kan functioneren (ergo: hoe beter het is). De ideale gemeenteraad bestaat uit evenveel mannen als vrouwen, en telt ouderen, middelbaren en jongeren in dezelfde verhouding als in de desbetreffende gemeente het geval is, en idem qua opleidingsniveau, levensbeschouwing, inkomen, en allerlei andere variabelen. Deze denkwijze deugt niet. De ideale raad bestaat uit mensen die gemotiveerd zijn om zich in te zetten voor de openbare zaak, en zo mogelijk ook nog capabel zijn. Daarbij is het niet van belang of ze man of vrouw, dik of dun, brildragend en/of kaal zijn, maar enkel en alleen of ze het vertrouwen genieten van de kiezers. Dat vertrouwen wordt uitgesproken bij de verkiezingen.

 

Volgen we weder het betoog van de heer Drosterij. Hij oppert het idee om het probleem van  - in zijn woorden - ‘de steeds smallere basis van de gemeenteraad’, ofwel ‘dat democratische tekort’ op te lossen via zogeheten ‘burgerraden’ (te vergelijken met de burgerjury’s in de Angelsaksische rechtspraak): via loting nemen burgers zitting in zo’n raad waarin ze zich kunnen oefenen “in het oordelen over de vele dilemma’s die er aan zitten te komen in de nieuwe werkelijkheid van de gedecentraliseerde participatiesamenleving.”

Werkelijk een hoogst curies idee! Als er werkelijk onder brede lagen van de lokale bevolking al was het maar een greintje belangstelling voor de politiek zou bestaan, was de publieke tribune tijdens de raadsvergaderingen wel aanmerkelijk beter bezet.

Politiek is geen theater, geen voetbalwedstrijd, geen vermaak. Politiek is je in zaken verdiepen, nadenken, overleg voeren, en besluiten nemen. Politiek is hard werken, en stank voor dank.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten