dinsdag 21 januari 2014

Toen liet de heer Hompelaar de gordijnen neer


Raadsleden, je hebt ze in soorten en maten. Van ‘de man van het volk’ tot de kamergeleerde. Zie hem daar zitten, in zijn pose van ‘de denker’. Speciaal voor hem een Falklandje van Heijermans, uit 1906. Titel: Gemeenteraads-verkiezing. Hoofdpersoon is de heer Hompelaar: Hij “had z'n schaapjes op 't droge - sinds kort. Twee jaar woonde-ie in de provincieplaats, 'n lief huis, 'n lieven tuin, 'n lieven moestuin, 'n lieve stalling voor paard en rijtuig.” In die stal hield hij een geit en vier konijnen, want “met een paard krijg je ongelukken en belasting”; bovendien was mevrouw er tegen. De trots van Hompelaar was zijn bibliotheek: “De voorkamer benee, geleek op de werkkamer van een geleerde - alleen wat tè netjes. Thans waren alle wanden der kamer met stellages betimmerd, net-geschilderde zwarte planken met groen laken en koperen pinnetjes. Te midden dezer eenigszins opzichtige geleerdheid stond een zware tafel met papieren, brochures, paperassen, plaatwerken. Er naast een massief bureau, beleid met geleerdhedens en met eene volledige Encyclopedie. Vóór het raam had je eene herhaling: 'n tafel met slòrdig-verspreide boeken, portefeuilles.” Dan krijgt hij het verzoek of hij zich kandidaat wil stellen voor de gemeenteraad. Morgen komt de kiesvereniging bij hem op bezoek.

 

 

Zaligjes glansden de grijs-grauwe oogjes des heeren Hompelaar. Hij maakte zich geenerlei illusies over bokkesprongen van Gemeenteraad over Provinciale Staten naar Tweede kamer - maar de enkle klank van 't woord Edel-Achtbaar dreef stroomen blijde beminlijkheid en gelukzaligheid naar z'n gebogen hoofd in deze zijne studeerkamer.

De passeerende menschen buiten, keken respectvol. Te allen tijde is het een nobel verschijnsel, wanneer ge een auteur, een geleerde, een alchimist, een gemeenteraadslid, een philosoof in de studie-cel bezig ziet.

 

Doch - plotsling ontdaan, òpsprong de heer Hompelaar. In oude romans zouden ze zeggen: een àdder had hem gestoken. In dit eenvoudig reciet kan ik dermate overdreven beelden achterwege laten - de heer Hompelaar dàcht aan de woorden van Stips, de houding van Stips. Morgen kreeg je het hééle Bestuur èn den notaris, die zoo graag met de boekerij wou kennis maken. Stips had telkens onopengesneden boeken te pakken gekregen - als de notaris óók.... Je kon niet de risée van die menschen worden. En ze in een àndre kamer ontvangen - ging niet. De studeerkamer van een gemeenteraadslid-in-spe was de áángewezen plaats. Wat dan? De roep van kennis had Stips gezegd. - Als de notaris èn de dokter èn Stips voor of na de conferentie aan 't snuffelen raakten en allemaal ónopengesneden boeken.... De heer Hompelaar huiverde lichtlijk. 'n Publiek man loopt spoedig in de kijkers. Van een schaduw maken ze een wolk....

Opgewonden doorwandelde hij de studeercel, van de eene overvolle kast naar de andre òvervolle, van Spencer, ingenaaid, naar Goethe, gebonden, van Motley, gebonden, naar Vondel (gelegenheidskoopje) ingenaaid....

 

Toen liet de heer Hompelaar de gordijnen neer, nam een vouwbeen, begon Vondel open te snijden, daarna Spencer, toen Multatuli, toen Nietsche. Om negen uur sneed-ie 't eerste vel open, om twaalf toen mevrouw 'm kwam waarschuwen dat 't láát was, snauwde-die haar af. Hij had te wèrken, hàrd te werken voor de aanstaande verkiezing....

Eerst tegen vier uur ging-ie naar bed, de armspieren trillend, de handen als verlamd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten